terug  begin  verderprepost
[p. 47]

21 Ed. Hoornik aan A.A.M. Stols, 11 januari 1939

11 Januari '39.

 

Beste Stols,

Hierbij stuur ik je de door Vestdijk uitgezochte 37 gedichten, die in den bundel ‘Steenen’ moeten worden opgenomen. Een doorslag ervan zond ik aan Marsman, die er in April a.s. een studie over wil schrijven in ‘Groot Nederland’.82 Mag ik er dus op rekenen, dat uiterlijk 1 April de bundel uit is?83 Gaarne ontving ik spoedig het contract; de verdere voorwaarden hoor ik wel van je. Mag ik op 12 auteurs-exemplaren rekenen: 6 gebondene en 6 ingenaaide?

Hoe vind je het eerste nummer van ‘Werk’? Het gedicht ‘Requiem’, waarmee ‘Steenen’ opent, is zeer gunstig ontvangen.84

Een verrassing was voor mij het vernemen, dat je in Februari a.s. een bundel van Morriën uitgeeft. Ik zal aan hem veel aandacht in ‘Groot Nederland’ wijden;85 hij is een onzer beste jongere dichters.

Hartelijke groeten:

Ed Hoornik

82De hier bedoelde studie zou niet in het april-nummer, maar in Groot Nederland 37 (1939) 7 (juli), p. 24-39 verschijnen. In het artikel, getiteld ‘Eduard Hoornik’, behandelde Marsman het hele oeuvre van Hoornik, met uitzondering van de bundel Steenen. Deze bundel zou Marsman afzonderlijk bespreken in de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 10 augustus 1939.
83Steenen zou in de week van 12 april verschijnen.
84Het enige commentaar op de cyclus ‘Requiem’ dat is achterhaald, is afkomstig van J. Greshoff. In zijn bespreking van het eerste nummer van Werk in Het Hollandsche Weekblad van 28 januari 1939 schreef hij: ‘De bijdrage van Ed. Hoornik, een aangrijpende complainte “Requiem” getiteld, behoort tot het beste, wat ik van hem las en bevestigt mij in mijne overtuiging, dat hij de belangrijkste lyrische figuur van zijn generatie is.’
85Bedoeld is Hartslag. Hoornik verzorgde gedurende 1939 de rubriek ‘Nieuwe poëzie’ in Groot Nederland. In Groot Nederland 37 (1939) 6 (juni), p. 583-588 was zijn kroniek gewijd aan Adriaan Morriën.
prepostterug  begin  verder