terug  begin  verderprepost
[p. 50]

24 Ed. Hoornik aan A.A.M. Stols, 20 januari 1939

[Amsterdam,] 20-I [19]39

 

Beste Stols.

Met bijgaand gedicht wilde ik de bundel ‘Steenen’ afsluiten.91 Langen tijd ‘zocht’ ik er naar, vandaag was het er in eens. Zou je het willen toevoegen, geheel aan het eind, als laatste van de serie ‘Beelden’ dus. Ik hoop niet, dat ik je extra-last bezorg.

Wanneer denk je, dat ‘Steenen’ uitkomt? Mevr. Manteau, bij wie ik Zondag was, zei: herfst.92 Dit kan je bedoeling toch niet zijn. Hoe eerder, hoe beter, dunkt mij: de gebeurtenissen sluiten langzaam toe. Als pessimist vrees ik het ergste (zie slot Zelfportret).

Hartelijke groeten

Ed Hoornik

91De bundel Steenen sluit af met het gedicht ‘Zelfportret’ (p. 47), dat Hoornik, blijkens de datum die bij het gedicht is afgedrukt, op 19 januari 1939 schreef.
92Angèle Manteau (geb. 1911) bewoonde van 1928 tot 1933, in ruil voor haar conversatielessen Frans, een kamer bij de familie Greshoff te Schaarbeek/Brussel. Door Greshoff leerde ze niet alleen de Nederlandse literatuur kennen, ook maakte zij kennis met Stols, die van 1927 tot 1932 eveneens in Brussel woonde. Om haar studie te bekostigen, was ze vanaf 1930 als secretaresse bij Stols in dienst. Na Stols' verhuizing naar Maastricht in 1932 nam zij het beheer van zijn kantoor in Brussel over. Ze stichtte de Nederlandsche Algemeene Importboekhandel A. Manteau en importeerde, naast de uitgaven van Stols en Boosten & Stols, ook de fondsen van H.P. Leopold's Uitgevers Maatschappij en J.M. Meulenhoff. In 1938 startte ze met steun van H.P. Leopold's U.M. haar eigen uitgeverij, die al snel uitgroeide tot de belangrijkste voor de Vlaamse literatuur. Samen met Leopold gaf zij het jongerentijdschrift Werk uit. (Zie Greta Seghers, Het eigenzinnige leven van Angèle Manteau, Amsterdam 1992.
prepostterug  begin  verder