terug  begin  verderprepost
[p. 61]

35 A.A.M. Stols aan Ed. Hoornik, 8 maart 1939

8-3-1939

 

Beste Hoornik,

Door Amsterdam loopt het praatje, dat jij gehoord zoudt hebben, dat Greshoff in het vervolg niet meer bij mij zou willen uitgeven.119

Is dat zoo?

Laat het mij eens weten! Ik kan mij niet voorstellen, dat Jan, dien ik als auteur steeds op zijn wenken bediend heb, en met wien ik reeds 20 jaar bevriend ben, achter mijn rug om met Van Kampen zou onderhandeld hebben.

Ik zou aan die praatjes geen belang hebben gehecht, ware het niet dat je op Jans verzoek je lezing over hem ook aan Van Kampen hebt gegeven.120 Vertel me nu eens openhartig wat er aan de hand is. Zit van Kampen achter mijn auteurs aan? Ik wil dat wel gaarne weten, om mij te kunnen beschermen; ik houd niet van manoeuvres achter mijn rug, omdat ik zelf steeds alles in volle vertrouwen behartigd heb.

Wat nu de heruitgave van Mattheus en van Geboorte betreft: heb je al bericht van Boucher? Ik hoorde, toen ik eergisteren van mijn ziekbed de krant opbelde, dat ook jij ziek was. Mejuffrouw Hora Adema vertelde het mij.

In ieder geval wilde ik de herdrukken in het najaar uitgeven, er zal wel vraag naar blijven bestaan; ook kan ik, als er door jou spoed achter wordt gezet, de herdruk terstond brengen d.w.z. bij de zomeraanbieding. Dus gaarne spoedig bericht. Hier kan de boekhandel, die iets tegen jou en Mok schijnt te hebben, niet beweren dat we ze overstelpen, want het zijn toch uitgaven die ze verkocht hebben!121

En laat dan je volgende bundel een dikke bundel zijn; wacht met bundelen, totdat je een flinke partij goed werk bijeen hebt. Eventueel kan het behouden deel van Dichterlijke Diagnose dan in dien toekomstigen bundel herdrukt worden.122 Doch laten we liever geen bundel à la de Greshoff en de Van Nijlen maken... doch een flinke bundel met oorspronkelijk werk.

Hoe staat het met je verdere plannen? Laat eens iets hooren. Inmiddels met vriendelijke groeten, je

119Waar dat praatje vandaan kwam, is niet achterhaald. Maar het is niet onwaarschijnlijk dat de aanleiding was, dat er in 1939 van Greshoff twee werken bij uitgeverij P.N. van Kampen in Amsterdam verschenen, Steenen voor brood en Op de valreep. Variaties op vaarwel. Op 13 maart schrijft Stols aan Greshoff; ‘Ik hoorde dat je bij Van Kampen een boek gaat uitgeven. Mag ik je proza niet uitgeven? Moet ik ten eeuwige dagen uitgever van poëzie blijven? Het is een groote draw-back voor me als andere auteurs zien dat de dichters hun proza steeds elders uitgeven... Je bent natuurlijk vrij om te doen wat je wilt. Maar waarom er zelfs niet met mij over gesproken?’ Een dag later schrijft Greshoff: ‘Met B.v.K. [Bob van Kampen] al een oude afspraak. Hij vroeg mij al jaren geleden.’ (Zie ‘Beste Sander, Do it now!’, p. 410-411.)
120Bedoeld is Jan Greshoff, dichter en moralist.
121Van Maurits Mok zouden in 1939 vier uitgaven verschijnen, waaronder twee dichtbundels bij Stols, De rattenvanger. Een gedicht en Verloren droomen. In 1938 waren ook al twee dichtbundels van Mok verschenen, namelijk Kaas- en broodspel bij uitgeverij De Tijdstroom en Exodus bij C.A. Mees te Santpoort. Op 2 maart 1939 had Stols Mok al in een brief gewaarschuwd voor de gevolgen van het vele publiceren: ‘[...] verder schijnt de boekhandel zoowel tegen jou als tegen Hoornik min of meer geporteerd te zijn. Men vreest van jullie beiden n.l. dat jullie met teveel boeken te kort achter elkaar zult uitkomen.’
122Na Geboorte, gevolgd door Mattheus, en andere gedichten zou pas in december 1940 de volgende bundel van Hoornik verschijnen. Dit was De erfgenaam, die ook door Stols werd uitgegeven en waarin geen gedichten uit voorgaande bundels werden opgenomen.
Gedichten uit de in 1937 verschenen bundel Dichterlijke diagnose zouden pas in de door Stols in 1950 uitgegeven Verzamelde gedichten van Hoornik worden herdrukt, namelijk de gedichten: ‘De zwemmer’ (p. 17), ‘Bochel’ (p. 18), ‘De schipper’ (p. 19), ‘Laatste avond’ (p. 22) en ‘De trap’ (p. 23).
prepostterug  begin  verder