terug  begin  verderprepost
[p. 81]

54 Ed. Hoornik aan A.A.M. Stols, 26 mei 1939

Amsterdam, 26 Mei '39.

 

Beste Sander

Vanmiddag belde ik op naar Mill: tot mijn spijt was je niet aanwezig. In zéér groot vertrouwen deel ik je thans het volgende mede: op de a.s. vergadering van de Mij voor Letterkunde te Leiden (deze wordt eind Juni gehouden) word ik als eenig candidaat voor de Van der Hoogt-prijs voorgedragen. Het is dus zoo goed als zeker dat ik deze krijg.155 Ik vind het niet prettig je dit, op de feiten vooruitloopend, mede te deelen, maar ik word daartoe wel gedwongen door de activiteit van den uitgever Bigot & Van Rossum, bij wien mijn bundel ‘Dichterlijke Diagnose’ is verschenen, en die met mij, zooals je weet, een zgn. voorkeur-contract heeft, en die van de toekomstige bekroning op de hoogte is. Ik heb Van Rossum ‘Geboorte’ (voor ik het Boucher gaf), ‘Steenen’ en mijn boekje over Greshoff aangeboden;156 ik heb er niet aan gedacht hem de herdruk van ‘Mattheus Geboorte en andere gedichten’ te laten zien; ik vond dat eigenlijk ook niet noodig. Nu de bekroning van de Mij voor Letterkunde aanstaande is, had hij natuurlijk gaarne deze herdruk gehad, en voelt hij zich gedupeerd. Ik heb een flesch wijn met hem gedronken en getracht de zaak vriendschappelijk op te lossen. Ik ben daarin geslaagd en beloofde hem mijn volgende bundel aan te bieden - dat staat trouwens in dat contract! -; hij wilde me zelfs ƒ 100.- voorschot geven, wat ik natuurlijk niet accepteerde, omdat ik nu eenmaal graag bij jou blijf. Het eenige, wat ik hem heb toegezegd, en waaraan hij vast hield, was, dat ik jou zou vragen hem vier gebonden exemplaren van ‘Geboorte, Mattheus en andere gedichten’ te schenken als een soort compensatie. Ik laat de afdoening hiervan in positieve of negatieve zin geheel aan jou over. Van den bundel ‘Dichterlijke Diagnose’ heeft Van Rossum nog een paar honderd in voorraad. Hij laat daarom nu - zeer voorbarig maar commercieel waarschijnlijk wel verantwoord! - strookjes drukken, met daarop de mededeeling, dat de auteur van dezen bundel de Van der Hoogtprijs kreeg. Ik schrijf je dit alles, opdat jij niet gedupeerd wordt, en opdat op den dag van de bekroning overal de herdruk van ‘Geboorte, Mattheus en andere gedichten’ verkrijgbaar is, eveneens voorzien van een dergelijk bandje, dat je op dien dag - zoodra er zekerheid is! - naar de boekhandel kunt afsturen.157 Dat ik me hier misschien meng in jouw exploitatie, vind ik zelf zeer onaangenaam, maar ik doe dit alleen, omdat ik je met Van Rossum's plannen op de hoogte wil stellen, en voorts om de kans, dat de bundel behoorlijk verkocht wordt, tot ons beider voordeel aan te grijpen. Overigens bezit ik zelf nog géén gebonden exemplaar; wel kreeg ik er vandaag een van een student ter inzage. Het is niet zoo fraai verzorgd als ‘Steenen’. Laat me spoedig wat van je hooren. Krijg ik dezer dagen ook de auteurs-exemplaren, waaromtrent ik reeds naar Maastricht schreef?

Prettige Pinksterdagen en

hartelijke groeten:

Ed. Hoornik

 

Ik voeg hierbij een lijst van degenen, aan wien ik ‘Geboorte’, Mattheus en andere gedichten’ ter recensie zond. Zooals je misschien hebt gezien heeft Ter Braak de bundel reeds besproken. Daar ik niet weet aan wie jij doorgaans recensie-exemplaren zendt, voeg ik hierbij nog een paar namen van critici, aan wie de bundel nog niet is gestuurd. A. Donker kreeg twee exemplaren.158 Gaarne had ik, dat je behalve

[p. 82]

de door mij reeds ‘verzorgden’ ook recensie-exemplaren zond aan de resteerende belangrijke bladen en tijdschriften.

Ik schreef vandaag een zeer uitvoerige kroniek voor ‘Groot Nederland’ over Morriën; zijn bundel ‘Hartslag’ is werkelijk goed.

Hartelijke groeten!

Ed. Hoornik

 

Recensie-exemplaren zijn reeds gezonden aan: Van Vriesland (De Groene),159 Donkerslot (De Stem),160 Van Duinkerken (De Tijd en De Gids),161 Engelman (De Nieuwe Eeuw).162 Gabriel Smit (Gooi- en Eemlander),163 Greshoff,164 Van Oosten (De Gemeenschap),165 Uyldert (Handelsblad),166 Wolters (Het Volk),167 Weremeus Buning (De Telegraaf), Maurits Dekker (Z. Afrikaansche bladen),168 Roel Houwink (Opwaartsche Wegen en De Nederlander),169 Ter Braak (Het Vaderland), Hoekstra (De Gulden Winckel),170 Braat (Kroniek voor Kunst en Cultuur),171 Burgers (De Standaard),172 Meertens (Stemmen des tijds),173 Marsman (NRC).174

Verder moeten nog exemplaren naar Theun de Vries, Prinsengracht 467, A'dam (Volksdagblad),175 Top van Rhijn-Naeff, Joh. de Wittstr. 25, Dordrecht (Elsevier),176 Jan Nieuwenhuis (Kunstredactie De Maasbode), R'dam,177 Reinoud Herreman, Kunstredactie ‘Vooruit’, Gent,178 A.M. de Jong, prof. Van Reeslaan 12, Blaricum (VARA),179 Dr. Ph. Ritter Jr., p.a. AVRO, Hilversum,180 A. Morriën, Edisonstr. 24, IJmuiden (Holl. Weekblad),181 S. Vestdijk, Parklaan 6, Doorn (Gr. Nederland), W.A.P. Smit, Alexander Hegiusstr. 23, Deventer.182

155Op 21 juni 1939 ontving Hoornik voor Mattheus de door de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde ingestelde C.W. van der Hoogt-prijs. De jury bestond uit W.J.M.A. Asselbergs, J.C. Bloem, Jo van Dullemen-de Wit, Jan Engelman, W.A.P. Smit en Victor E. van Vriesland. De jury kon niet tot een keuze komen, en besliste uiteindelijk door loting tussen Mattheus en de eveneens bij Stols verschenen bundel Schiereiland van Clara Eggink. De prijs bedroeg officiëel een bedrag van ƒ 1.000,-, maar het kapitaal was niet toereikend zodat er jaarlijks slechts het dan beschikbare bedrag werd uitgekeerd. In dit geval was dat ƒ 515,-. (Zie br. 61.)
156P. van Rossum (1900-1961), eigenaar van de Amsterdamse boekhandel Minerva, was in 1934 mede-oprichter van de uitgeverij Bigot & Van Rossum in Amsterdam.
Geboorte. Een lyrische cyclus en andere gedichten was in 1938 bij de Haagse uitgever L.J.C. Boucher verschenen, Steenen in 1939 bij A.A.M. Stols en J. Greshoff. Dichter en moralist in datzelfde jaar bij P.N. van Kampen & Zoon te Amsterdam.
157Stols zou inderdaad Hoorniks suggestie volgen en dergelijke buikbandjes laten drukken. (Zie br. 58.)
158Hoornik bedoelt de uitgever Ad. Donker en niet de criticus Anthonie Donker (pseud. van N.A. Donkersloot) die elders in het lijstje wordt genoemd. Een medewerker van Stols had op 11 mei 1939 Hoornik gevraagd aan Ad. Donker twee exemplaren van zijn bundel te zenden. (Zie br. 50.)
159In De Groene Amsterdammer verscheen geen bespreking door Victor E. van Vrieslanbd van Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten.
160De Stem, dat N.A. Donkersloot met Dirk Coster redigeerde, publiceerde van mei tot en met december 1939 een serie van zeven artikelen, getiteld ‘De jongste generatie en de werkelijkheid’; in de derde aflevering van deze serie komt Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten ter sprake. (De Stem 19 (1939) 7 (juli), p. 752.)
161In De Tijd verscheen geen bespreking van Anton van Duinkerken over Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten. Wel zou Van Duinkerken in een kroniek in De Gids 103 (1939) 7 (juli), p. 102-112 alle tot dan toe verschenen bundels van Hoornik bespreken.
162Jan Engelman (1902-1972) werkte van 1926 tot 1941 mee aan De Nieuwe Eeuw (1917-1957). Hij was bovendien redacteur van De Gemeenschap. Er is geen bespreking van Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten door Engelman achterhaald. Op 23 juli 1939 sprak Engelman van 2-½3 over nieuw poëzie voor de K.R.O., maar het is niet bekend of hij Hoorniks nieuwe bundel in zijn programma ter sprake heeft gebracht.
163Gabriël Smit besprak de bundel in de Gooi- en Eemlander van 4 juni 1939.
164J. Greshoff bracht Hoorniks bundel ter sprake in het reeds eerder genoemde artikel ‘Rondom Hoornik. De dichter en zijn figuur’, in Het Hollandsche Weekblad van 16 september 1939.
165A.J.D. van Oosten had in De Gemeenschap 15 (1939) 5 (mei), p. 269-270 de tot dan toe verschenen bundels van Hoornik besproken, maar daarbij niet de herdruk Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten ter sprake gebracht.
166Op 20 juni 1939 besprak Maurits Uyldert in het Algemeen Handelsblad de bundels Steenen en Geboorte. Een lyrische cyclus en andere gedichten uit 1938. Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten zou hij niet bespreken.
167In Het Volk verscheen van Max Wolters geen bespreking van Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten.
168Een bespreking van Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten door Maurits Dekker is niet achterhaald.
169In Opwaartsche Wegen noch in het christelijk-historisch dagblad De Nederlander verscheen een bespreking van Roel Houwink over Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten. Houwink zou de bundel wel bespreken in Het Utrechtsch Nieuwsblad van 10 juni 1939.
170Er verscheen in Den Gulden Winckel geen bespreking van Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten.
171Leendert Pieter Johannes Braat (1908-1982) was van 1935 tot 1965 redacteur van het door hem zelf opgerichte tijdschrift Kroniek van Hedendaagsche Kunst en Kultuur. In Kroniek van Hedendaagsche Kunst en Kultuur 4 (1939) 19-20 (15 augustus), p. 316-317 verscheen een artikel van Wouter Paap gewijd aan Hoornik; daarin werd echter Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten niet genoemd.
172In De Standaard van 1 juli 1939 werden door H.B. [urgers] de bundels Steenen en Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten, en de gedrukte lezing J. Greshoff. Dichter en moralist besproken.
173P.J. Meertens besprak de bundel in zijn aan Hoornik gewijde poëziekroniek in Stemmen des Tijds 28 (1939) 3 (maart), p. 703-718.
174Al op 8 april 1939 had S. Vestdijk in de Nieuwe Rotterdamsche Courant een kroniek met de titel ‘Poëzie der physiologie’ gewijd aan Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten. De bundel werd niet ook nog eens door H. Marsman besproken.
175In het communistische Volksdagblad verscheen geen recensie van Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten.
176In Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift is geen bespreking van Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten verschenen.
177In De Maasbode werden op 21 juni 1939 onder de titel ‘De bekroonde dichter Ed. Hoornik’ de bundels Geboorte. Een lyrische cyclus en andere gedichten, Steenen en Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten besproken. Dit artikel was echter niet van de hand van Nieuwenhuis, maar geschreven door de criticus, journalist en politicus Bernard Verhoeven. De journalist en letterkundige Jan Nieuwenhuis was sinds 1907 verbonden aan de redactie van De Maasbode.
178Raymond Herreman (1896-1971) publiceerde vanaf 1929 dagelijks onder het kopje ‘Boekuil’ losse kanttekeningen bij zijn lectuur in het Vlaamse socialistische dagblad Vooruit. Op 25 december 1938 had hij hierin Geboorte. Een lyrische cyclus en andere gedichten besproken, maar hij zou geen bespreking wijden aan Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten.
179De romanschrijver Adrianus Michiel de Jong (1888-1943) was kunstredacteur van Het Volk en literair medewerker van de V.A.R.A. Blijkens Hoorniks brief aan Stols van 17 juli 1939, wijdde de V.A.R.A.-radio zondagmorgen 8 juli een speciale uitzending aan de bundels Steenen en Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten. Er is niet achterhaald of De Jong dit programma verzorgde.
180Pierre Henri Hitter jr. (1882-1962) verzorgde van 1928 tot 1957 wekelijks boekbesprekingen voor de A.V.R.O.-radio. Een bespreking van Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten is niet achterhaald. (Zie Jan J. van Herpen, Al wat in boeken steekt. Dertig jaar radiowerk van dr. P.H. Ritter jr. bij de AVRO, Zutphen, 1982.)
181Adriaan Morriën had op 24 december 1938 in Het Hollandsche Weekblad de bundel Geboorte. Een lyrische cyclus en andere gedichten besproken. Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten zou hij niet bespreken. De bundel wordt wel in het Het Hollandsche Weekblad van 8 juli 1939 aangekondigd.
182Er is geen bespreking van Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten door de protstants-christelijke dichter Wisse Alfred Pierre Smit (1903-1986) achterhaald. Smit was in de jaren in 1936 en 1937 redacteur geweest van het tijdschrift De Werkplaats, dat hij na een ruzie binnen de redactie van Opwaartsche Wegen met J. Haantjes, J. van Ham en K. Heeroma had opgericht.
prepostterug  begin  verder