terug  begin  verderprepost
[p. 89]

61 Ed. Hoornik aan A.A.M. Stols, 17 juli 1939

[Amsterdam,] 17-VII [19]39

 

Beste Sander,

Van harte hoop ik, dat je een prettige vacantie hebt gehad, en dat je voorloopig niet meer in uniform hoeft rond te wandelen.203

Ik heb Achterberg opgezocht; ik kreeg een serie nieuwe gedichten, die ik schiften zal en aan den bundel toevoegen. Ik was bij Vestdijk, die zijn poëzie uitnemend vindt;204 je krijgt hiermee de beste bundel der jongeren, die ik gerust op een lijn durf stellen met ‘Een winter aan zee’.205

Ik heb deze week over Franquinet geschreven; zijn poëzie ligt me toch niet. Ik heb mijn bezwaren geformuleerd voor de Augustus-aflevering van ‘Groot Nederland’.206 Voor half Augustus doe ik je Achterberg's bundel, vergezeld van de inleiding, waaraan ik nog beginnen moet - hij is geruimen tijd bij Vestdijk geweest - toekomen. Kan hij dan nog in den loop van October verschijnen?207

Ik ontving je rekening: 3 Geboorte en 3 Steenen ad ƒ 11.46. Tijdens je verblijf in Frankrijk heeft de V.A.R.A. een speciale uitzending aan deze bundels gewijd (op Zondagmorgen 8 Juli);208 hiertoe heb ik van elk dezer bundels een exemplaar afgestaan, waarmee je wel accoord zult gaan. De rekening wordt dan ƒ7.64.

Het interesseert je wellicht te vernemen, dat het bedrag van de v.d. Hoogt-prijs dit jaar ƒ 515.- [+is]; de z.g. duizend-gulden-prijs is dus wel sterk gedevalueerd.209

Ik schrijf momenteel heel weinig poëzie. Na mijn vacantie in September hoop ik, dat het weer komt.

Wanneer verschijnt ‘Centaur’? Thomas Mann, die op het oogenblik in Noordwijk vertoeft, was zeer belangstellend.210

Hartelijke groeten

Je Eddie

 

N.B. Mej. Hora Adema zou thans gaarne uitsluitsel hebben omtrent haar verhalen.

203Stols was eind juni 1939 gedemobiliseerd, maar zou op 23 augustus opnieuw worden gemobiliseerd.
204Hoornik had, vermoedelijk buiten medeweten van Achterberg om, S. Vestdijk diens gedichten toegezonden. Vestdijk werd op die manier betrokken bij de pogingen tot maatschappelijke reclassering van Achterberg, die Roel Houwink en Hoornik met de publicatie van de bundel op het oog hadden.
Op 16 juli 1939 schreef Vestdijk aan Hoornik, dat hij de gedichten met grote aandocht had gelezen: ‘Ik zei u reeds van te voren, dat het mij niet waarschijnlijk leek, dat ik iets van bepaalde symptomen of aanwijzingen van diagnotischen [sic] aard zou vinden. Nú zou ik nog verder willen gaan, door te zeggen, dat dergelijke uitnemende poëzie alleen geschreven kan zijn door iemand, die in den grond normaal is, zij het dan ook uiteraard “nerveus”.’ (Geciteerd naar ‘“En zie ik je nog eens in Doorn?” De brieven van S. Vestdijk aan Gerrit Achterberg’ (ed. R.L.K. Fokkema), in Achterbergkroniek 9 (november 1986), p. 5-6.)
205Een winter aan zee van A. Roland Holst was in 1937 door Stols in 35 exemplaren uitgegeven als deel 7 in de serie De Halcyon Pers. Datzelfde jaar en in 1938 verschenen respectievelijk de tweede en derde druk van de bundel, die gewone handelsedities waren.
Ook in zijn inleiding tot Eiland der ziel maakte Hoornik de vergelijking met Een winter aan zee: ‘Het werk van de zeer uiteenloopende persoonlijkheden, die deze generatie heeft voortgebracht, bezit zelden het karakter dat de latere gedichten van den zooveel ouderen A. Roland Holst (“Een winter aan zee”) en van Nijhoff (“Awater”) modern maakt. Meer met dezen - vooral met Holst - dan met zijn leeftijdgenooten heeft Achterberg verwantschap.’ (Gerrit Achterberg, Eiland der ziel, Maastricht 1939, p. 5.)
206Hoornik wijdde zijn kroniek ‘Nieuwe Poëzie’ in Groot Nederland 37 (1939) 8 (augustus), p. 189-193 aan de nieuwe bundels van Robert Franquinet, In memoriam Maurice Ravel en Adrianoer en Fatima's heimwee. Het voornaamste bezwaar dat Hoornik tegen de poëzie van Franquinet had, was gelegen in haar uitvoerigheid. Franquinet was volgens Hoornik niet aan het gevaar van de eentonigheid ontkomen, dat ieder lang gedicht bedreigt: ‘Franquinet laat zich in de zwakkere passages zonder meer gaan op de uiterlijke klank van het woord, waardoor zijn gedicht verwatert.’ en ‘Het is te hopen dat Franquinet niet langer in hoofdzaak bewogen zal worden door uiterlijke glanzen en dat hij de essentie [...] in de toekomst minder zal vertroebelen door schoonklinkende bravouraria.’
207Eiland der ziel zou in de week van 30 november 1939 het licht zien.
208Zie n. 179.
209Op 30 juni 1939 had de penningmeester van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde Hoornik een brief geschreven, waarin hij onder meer mededeelde: ‘Zooals U bekend is, werd oorspronkelijk een prijs van ƒ 1000 uitgekeerd. Het door den heer en mevr. van der Hoogt gestichte kapitaal is echter al sinds jaren niet meer in staat een zoodanige rente op te brengen, dat ƒ 1000 beschikbaar was. Zoolang mevr. van der Hoogt leefde, heeft zij elk jaar bijgepast, wat er ontbrak, maar na haar dood moesten wij ons bepalen tot het uitkeeren van wat beschikbaar was. Ook dit jaar is dit het geval.’
210De in 1936 uit Duitsland vertrokken schrijver Thomas Mann (1875-1955) maakte van begin juni tot midden september 1939 met zijn vrouw Katja en met Erika Mann een reis door Europa. Van 16 juni tot 7 augustus verbleven ze in Noordwijk aan Zee in het ‘Grand Hotel en Kurhaus, Huis ter Duin’. Daar schreef Thomas Mann op 4 juli 1939 in zijn dagboek: ‘Anruf Landshoff wegen der Amsterdamer Journalisten, die nach dem Thee kamen: vom Telegraph und Handelsblatt, mitt Photographen. [...] Ausführliche Gespräche bis nach sieben.’ (Zie Thomas Mann, Tagebücher (1937-1939) (ed. Peter de Mendelssohn), Frankfurt am Main 1980, p. 430.)
In het Algemeen Handelsblad van 5 juli 1939 stond een anoniem verslag van het onderhoud met Thomas Mann, getiteld ‘In een sociale, militante democratie ligt de redding voor Europa’. Het is mogelijk dat dit artikel van de hand van Hoornik was.
In zijn dagboek zou Mann op 28 juli 1939 noteren: ‘Zum Thee Herr Cordan mit Proben seiner Amsterdamer Zeitschrift “Der Centaur” Gedicht von Verwey gegen das Dritte Reich. Interesse für Lyrisches in der Welt. Freimaurerei der Kultur.’ (p. 441.)
Cordan zou op 31 juli aan Stols schrijven over zijn ontmoeting met Thomas Mann; over Centaur zei deze: ‘Das ist ein schönes und begrüssenswertes Unternehmen, das Sie da beginnen. In der Tat kommt es heute stärker als je darauf an, einen internationalen geistigen Kontakt zu unterhalten. Es muss eine Art geistige Freimaurerei einiger weniger Menschen - in jeder Stadt einer - geschlossen werden, dann kann passieren, was da will - die paar werden die Fackel brennend halten. Sie können versichert sein, dass ich Ihre Bestrebungen genau und anteilnehmend verfolgen und in jeder Hinsicht unterstützen werde.’
prepostterug  begin  verder