terug  begin  verderprepost
[p. 90]

62 A.A.M. Stols aan Ed. Hoornik, 19 juli 1939

19/7/39

 

Beste Eddy,

Hartelijk dank voor je brief van 17 Juli. Ik heb inderdaad een zeer prettige vacantie gehad en ik zit sinds Maandag al weer volop in het werk.

Het verheugt mij zeer te vernemen, dat [+ik] voor half Augustus Achterberg's bundel met je inleiding zal ontvangen. Maak een zoo goed mogelijke keuze; liever klein maar absoluut eerste klas, dan groot met zwakkere verzen er in.

Ik kan mij zeer goed begrijpen dat je, zooals jij tegenover de poezie ingesteld bent, bezwaren tegen Franquinet hebt, wat niet weg neemt, dat b.v. Marsman weer zeer enthousiast is voor Franquinet's poezie.211

Ik ga er natuurlijk mee accoord dat [+je] de bundels die je aan de V.A.R.A. hebt moeten geven van de rekening aftrekt. Jammer dat de van der Hoogtprijs inplaats van ƒ1000.- nog maar net de helft is; maar enfin, het geld is hier toch gelukkig niet de hoofdzaak, al kan ik mij voorstellen, dat het je zeer welkom is geweest.

Van het uitgeven van kinderverhalen ben ik nu toch maar definitief afgestapt omdat mijn programma te zwaar overladen is. Ik zend dus hierbij het manuscript terug; ik hoop later bij ander werk mejuffrouw Hora Adema eens van dienst te kunnen zijn.

Centaur wordt nu zeer binnenkort afgedrukt en direct daarna gelanceerd. Zoo'n eerste nummer kost altijd meer hoofdbrekens dan men zich wel indenkt.

Met hartelijke groeten van

je

A.A.M. Stols

211In ‘In de dionysische verf. Robert Franquinet’ in Nieuwe Rotterdamsche Courant van 27 juni 1939 laat H. Marsman zich zeer positief uit over de poëzie van Franquinet: ‘Er is een persoonlijk geladen rhythme, een sonore stem, een volbloedig, zinnelijk temperament’. Maar Marsman heeft ook een bezwaar, namelijk: ‘Men mist in dit overigens uitstekend gedicht het constructieve element, dat in het Nederlandsch voortreffelijk wordt aangeduid met den term: denk-beeld.’
prepostterug  begin  verder