terug  begin  verderprepost
[p. 100]

72 Ed. Hoornik aan A.A.M. Stols, 30 november 1939

[Amsterdam,] 30-XI [19]39

 

Beste Sander,

Zondag a.s. ben ik in Den Haag. Kan ik je in den loop van den middag ontmoeten? Ik heb eenige zaken met je te bespreken.

Ik dank je voor de toezending van Achterberg's bundel. De recensie-exemplaren heb ik hem doorgezonden.

De copie voor ‘Tafelronde’ kan eind December klaar zijn; Bigot & Van Rossum, die ik uit beleefdheid op de hoogte stelde, beroept zich op zijn contract en verlangt inzage. Ook Querido schijnt tuk op jongeren te zijn; Van Hattum en Den Brabander vroeg hij om een bundel.242

Met ‘Werk’ schijnt het mis te gaan.243 Mondeling meer. Ik ben Zondag met Den Brabander. Indien je mij liever alleen spreekt, laat het dan even weten. Als het je schikt, lijkt het mij het beste, dat wij om 2½ uur in ‘Riche’ (Buitenhof) afspreken.244 Ik hoor het dan wel spoedig.

Hartelijks

Je Eddie

242Er zouden geen bundels van Jac. van Hattum en Gerard den Brabander bij Em. Querido's Uitgevers Mij te Amsterdam verschijnen.
243Het laatste nummer van Werk verscheen in december 1939. Een belangrijke reden voor de opheffing van het tijdschrift was de slechte samenwerking tussen de Vlaamse redacteuren (Jan Schepens en Johan Daisne) en de Nederlandse (Adriaan van der Veen en Hoornik). Dit in combinatie met de slechte verkoop, resulteerde in de stopzetting na één jaargang. (Zie ook p. 9.)
244Café Riche in Den Haag (Buitenhof) was destijds een verzamelplaats voor journalisten en literatoren.
prepostterug  begin  verder