terug  begin  verderprepost
[p. 104]

76 Ed. Hoornik aan A.A.M. Stols, 8 december 1939



illustratie
Afschrift door Ed. Hoornik van zijn gedicht ‘Pogrom’, 12 november 1938. (Collectie Letterkundig Museum, Den Haag.)

[Amsterdam,] 8-XII [19]39252

In haast

 

Beste Sander

Hartelijk dank voor je telegram.253 Ik ben Zaterdag om ongeveer half zes à zes uur in Rijswijk.254 Ik heb dan tot ongeveer half acht à acht uur tijd. Genoeg dus om een uur gezellig te praten, en eindelijk eens kennis te maken met je vrouw.

Hartelijks

Je Eddie

252Dit is waarschijnlijk het tweede briefje dat Hoornik op 8 december aan Stols zond. Stols had blijkens deze brief een telegram gestuurd om Hoornik uit te nodigen. Dit telegram moet na het schrijven van de eerste brief zijn gekomen, omdat daarin nog geen tijdstip en plaats voor een gesprek werd afgesproken.
253Dit telegram is niet bewaard gebleven.
254Stols was met zijn gezin in de herfst van 1939 verhuisd van Maastricht naar Rijswijk, omdat hij om gezondheidsredenen was overgeplaatst naar het Ministerie van Oorlog in Den Haag. Zijn kantoor liet hij ook naar Rijswijk overkomen.
Op zaterdag 9 december 1939 hadden Stols en Hoornik een ontmoeting in Rijswijk gehad, waarbij Hoorniks redacteurschap van een reeks poëzie-cahiers ter sprake was gebracht. (Zie br. 77.) Aan Greshoff schreef Stols op 11 december: ‘Eddy Hoornik was onze eerste bezoeker. Hij is buitengewoon eerlijk en kameraadschappelijk [...]. Eddy Hoornik had een “mooi” aanbod van Q., dat een directe aanval op mijn heele poëziefonds beteekende. Hij heeft het om mijnentwille spontaan afgewezen en als belooning laat ik hem nu een serie jonge poëzie redigeeren, 12 cahiers.’ (‘Beste Sander, Do it now!’, p. 435.)
prepostterug  begin  verder