terug  begin  verderprepost
[p. 106]

78 Ed. Hoornik aan A A.M. Stols, 12 december 1939



illustratie
Steenen. Gedichten, 1939.

[Amsterdam,] 1 [:2]-XII [193]9259

 

Beste Sander,

- Zou je me even willen adviseeren, wat ik op bijgaand briefje moet antwoorden, en mij het epistel dan tevens willen retourneeren.260

- Ik heb Achterberg verzocht zijn portret aan jou te sturen.261

- Misschien wil je E. du Perron het werk zenden, dat je van ‘De Amsterdamsche School’ hebt uitgegeven.262 Heeft hij meer noodig dan hooren wij dit wel.

Hartelijks

Je Eddy

259De datering van deze briefkaart is weggevallen door perforatie en een poststempel ontbreekt. Blijkbaar is deze briefkaart samen met Querido's brief in een enveloppe verzonden, want de voorzijde van de briefkaart is niet geadresseerd en gefrankeerd. Als datering wordt 12 december 1939 voorgesteld, omdat in br. 79 van 12 december 1939 gesuggereerd wordt een antwoord te sturen aan Querido dat begint met ‘Voor Uw schrijven van 12 Dec. mijn dank.’. In 1940 kende de PTT nog een ochtend- en een avondbestelling.
260Dit bijgaand briefje van Querido is niet achterhaald.
261Stols had Hoornik blijkbaar om een foto van Achterberg gevraagd voor een nieuwe prospectus. Op 30 maart 1940 stuurde Hoornik namelijk voor dit doel verdere gegevens op over Achterberg. Een prospectus met foto van Achterberg is niet achterhaald.
262Eddy du Perron (1899-1940), die Stols in Brussel had leren kennen, vroeg zelf ook aan Stols om toezending van dit werk. Dit blijkt uit een brief van 12 december 1939; ‘Breng of zend je me de Gedichten [bedoeld is Steenen] van Hoornik?’ (E. du Perron, Brieven (ed. Piet Delen [et al.]), dl. 8, Amsterdam 1984, p. 373.)
In het Bataviaasch Nieuwsblad van 18 mei 1940 verscheen een bespreking door Du Perron, getiteld ‘Poëzie op Amsterdamsch peil’ van het werk van Jac. van Hattum (De pothoofdplant, Frisia non cantat, Drie op één perron en Bilzenkruid). Op 25 mei 1940 volgde een bespreking van het werk van Gerard den Brabander, onder de titel ‘Dichters van het berijmd cynisme’ (Vaart, Gebroken lier, Opus 5, Drie op één perron). Deze besprekingen verschenen postuum, want E. du Perron was op 14 mei 1940 overleden. Van Hoorniks werk verscheen geen aparte bespreking. Volgens een annotatie van F.E.A. Batten in de bibliografie van E. du Perron, is het slotartikel over de poëzie van Hoornik wellicht tijdens de Duitse bezetting verloren gegaan. (Zie E. du Perron, Verzameld werk, dl. 7, Amsterdam 1959, p. 582.)
prepostterug  begin  verder