Rijswijk 12 Dec. ['39]263
Beste Hoornik,
Zoojuist heb ik je brief aan Sander telefonisch voorgelezen en hij stelt voor, dat je het volgende antwoord naar Q. zendt:
M.H.
Voor Uw schrijven van 12 Dec. mijn dank.264 Het was mij bekend, dat de Heer Stols een van de uitgevers is, waarmede U in goede verstandhouding staat. Omdat ik aan zijn uitgeverij verbonden ben als adviseur voor moderne poëzie [sic].265 Oorspronkelijk heb ik ook gemeend, dat Uw voorstel wellicht met mijn werkzaamheden voor den heer Stols te combineeren was. Bij nader inzien bleek mij evenwel dat ik mij om Uw voorstel te kunnen uitvoeren, zou moeten wenden zoowel tot de dichters, met wien de heer Stols een voorkeurscontract heeft, als tot zijn persoonlijke vrienden die geregeld bij hem uitgeven, of dit in de naaste toekomst van plan zijn. En dan zou ik moeten kiezen tusschen U en den heer Stols. Dat ik dezen laatsten gekozen heb, kunt U mij zeer zeker niet euvel duiden, omdat ik reeds èn door zeer vriendschappelijke banden, èn door zakelijke contracten, aan hem gebonden ben.
Hoogachtend,
Of iets in dien geest!
Hier alles wel, alleen snipverkouden, leve dit klimaat!
Met hartelijke groeten van ons beiden,