terug  begin  verderprepost
[p. 110]

82 Ed. Hoornik aan A.A.M. Stols, 18/19 december 1939

[Amsterdam,] 1.-12 [19]39286

 

Beste Sander,

Accoord, wat betreft de bloemlezing.287

Ik heb Den Brabander je besluit meegedeeld; ik ga hier geheel mee accoord. Nochtans hoop ik, dat hij in het najaar een bundel eigen gedichten heeft, die goed is.288

Daar ik de redactie over de bundels heb, kunnen de heeren Freek van Leeuwen en Jac. van Hattum geen wijzigingen meer aanbrengen, tenzij ik daar in toestem. Ik ben dit niet van plan, omdat ik mijn tijd niet aan correspondentie wil verliezen; de bundels, zooals ik ze je zond, zijn goed; die van Van Hattum stelde ik zelf samen uit 150 gedichten.

Ik heb je inmiddels ook de bundel van Lehmann en Aafjes gezonden. Aan Lehmann ben ik drie avonden kwijt geweest, aan Aafjes een geheelen Zondag. Lehmann's verzen moesten voor 3/4 worden overgetypt uit ‘Werk’, ‘In Aanbouw’ en ‘Groot Nederland’; van zijn eigen keuze deugde niets.289 De bundel, die nu in je bezit is, lijkt mij uitstekend. Over honorarium heeft hij niet gesproken. Met Aafjes had ik nog meer moeite, omdat zijn gedichten verspreid waren: bij Donkersloot, Halbo Kool en anderen.290 Uit de ruim 200 verzen deed ik de keuze, die ik je zond. Een ongelooflijk-goed debuut; misschien wel de beste bundel uit de geheele serie. Deze jonge archeoloog, die straatarm is, heb ik per 1 Maart een voorschot op honorarium toegezegd.

De verzen van Kemp krijg ik ná Kerstmis. Ik zou zijn bundel graag in Maart zien verschijnen. Hij heeft een bepaald verzoek, hetwelk je vindt op de brief, die ik hierbij insluit, en die ik gaarne terugkreeg.291 Tergast is zéér bescheiden; zijn gedichten zijn goed. Ik ben er van overtuigd [+er] een mooien bundel uit te kunnen maken. Ik zal E. du Perron nog vragen (met gelijken post).

Van de omslagen van Piet Worm is het groene inderdaad het beste; ik zou willen zeggen het minst slechte; het is m.i. nog te ‘druk’; het heeft echter het voordeel, dat het levendig is, in een etalage, en zoo.292

Vestdijk en Hendrik de Vries heb ik geschreven. Nijhoff probeer ik nog; ik ga hem opzoeken met Debrot, maar dat kan nog wel even duren. Houden we een of twee bundels over, dan kunnen die apart, of, zoo het slaagt, in een nieuwe serie in 1941.

Door al deze poëtische beslommeringen heb ik enkele hoofdstukken van ‘Tafelronde’ nog niet kunnen corrigeeren en aanvullen, Maar ik hoop er deze maand mee gereed te komen.

Gaarne had ook ik per 1 Maart afrekening, wat betreft de bundels ‘Mattheus, Geboorte enz.’ en ‘Steenen’.

Wat de serie aangaat, mag ik toch rekenen op ƒ 25.- per bundel onder alle omstandigheden, d.w.z. als alles doorgaat, zooals we het opgezet hebben.

Met hartelijke groeten

Je Eddie

 

N.B. Zou je S. Vestdijk Parklaan 6, Doorn een exemplaar van ‘Geburt’ willen zenden ter bespreking in Het Holl. Weekblad, waaraan hij sedert kort als vast medewerker is verbonden.293

Natuurlijk ga ik er mee accoord, dat je Greshoff vermeldt onder de medewerkers; ik heb ook hem geschreven.

286In de brief staat na de 1 een punt; waarschijnlijk is Hoornik vergeten de datum volledig in te vullen. De brief wordt gedateerd op 18 of 19 december 1939, gezien Stols' tegenbrief van 20 december 1939, waarin hij o.a. reageert op het debuut van Aafjes en het voorstel van Kemp.
287Blijkbaar had Stols op Hoorniks brief van 15 december gereageerd met het voorstel om tien bundels en een bloemlezing uit te geven, in plaats van twaalf aparte dichtbundels.
288Het is niet onwaarschijnlijk dat Gerard den Brabander in plaats van eigen verzen aan Hoornik zijn vertaling Koning Bohoesj had aangeboden. In april 1937 had de firma Boosten & Stols al zijn vertaling Gedichten van Rainer Maria Rilke uitgegeven als aflevering van Helikon, Tijdschrift voor poëzie. Blijkbaar wenste Stols geen vertalingen in de nieuwe Helikon-reeks. Koning Bohoesj, naar het boek König Bohush van Rainer Maria Rilke, zou in 1940 als aparte uitgave bij Stols verschijnen.
289L.Th. Lehmanns bundel Dag- en nachtlawaai bevat 39 verzen, waarvan er 19 afkomstig waren uit Werk en zes uit de door Kees Lekkerkerker samengestelde bloemlezing In aanbouw. Letterkundig werk van jongeren (1939). De overige 13 verzen waren nieuw. Van Lehmann waren ook verzen gepubliceerd in Groot Nederland 37 (1939) 6 (juni), p. 517-520, maar deze gedichten zouden uiteindelijk niet worden opgenomen in de bundel. Blijkbaar heeft Hoornik (of Lehmann) later toch nog wijzigingen in de bundel aangebracht.
290Waarschijnlijk had Bertus Aafjes verzen ter beoordeling gestuurd aan Anthonie Donker en Halbo C. Kool. Anthonie Donker was van 1937 tot en met 1941 samen met Dirk Coster redacteur van De Stem; in De Stem 20 (1940) 2 (februari), p. 159-162 zouden drie verzen van Aafjes worden gepubliceerd; ‘Ik verlangde geen huis’, ‘Vertelling’ en ‘De vrome wens’. Dichter en prozaschrijver Halbo C. Kool (1907-1968) was redacteur bij Het Volk, waarin geen verzen van Aafjes werden opgenomen.
291De brief van Pierre Kemp (1886-1967) met dit verzoek is niet bewaard gebleven. Van Kemp zou in maart 1940 de bundel Transitieven en immobielen verschijnen (Helikon 3). Blijkens Stols' brief van 20 december aan Hoornik, wilde Kemp dat Transitieven en immobielen in hetzelfde formaat zou worden uitgegeven als zijn twee voorafgaande bundels, Stabielen en passanten (1934) en Fugitieven en constanten (1938), die bij Publicatiebureau Veldeke in Maastricht waren verschenen. Het formaat van deze bundels was 15 x 21,5 cm. Stols kon aan dit verzoek niet voldoen en gaf de bundel uit in het formaat waarin alle Helikonbundels zouden verschijnen, namelijk 12,5 x 20,5 cm. (Zie n. 298.)
292De omslag die gekozen werd, was een gekleurd fond met daarop afwisselend een blokje met een witte zwaan en een blokje met drie bloemen. De eerste Helikon-bundel, Dag- en nachtlawaai van L.Th. Lehmann, verscheen in een mintgroene kaft. (Zie ill. p. 157)
293In Het Hollandsche Weekblad 7 (1939) 52 (30 december), p. 5 stond het bericht dat S. Vestdijk bereid was gevonden de belangrijkste Nederlandse boeken in dit blad te bespreken. Hij heeft echter nooit bijdragen geleverd aan Het Hollandsche Weekblad. Een bespreking van Geburt. Ein lyrischer Cyclus door een ander is evenmin in Het Hollandsche Weekblad aangetroffen. (Jean Brüll, Overzicht van de bijdragen van en over S. Vestdijk in letterkundige- en algemeen kulturele tijdschriften uit de jaren 1930-1972, Utrecht 1981.)
prepostterug  begin  verder