terug  begin  verderprepost
[p. 118]

90 Ed. Hoornik aan A.A.M. Stols, 11 januari 1940

[Amsterdam,] 11-I [19]40

 

Beste Sander,

Dank voor je briefje.320

Eerst wat Aafjes betreft. Je kent onze overeenkomst:321 in een bundel, die ik geaccepteerd heb, kan de auteur alléén wijzigingen aanbrengen, wanneer jij en ik geen bezwaren koesteren. Welnu, ik heb ernstige bezwaren. Uit de ontzagwekkende hoeveelheid gedichten van Aafjes deed ik een keuze, die voor mijn verantwoordelijkheid blijft. Vrienden van Aafjes zijn het blijkbaar met deze keuze niet eens, zoodat hij in zijn bundel nu andere verzen wil opnemen.322 Ik kan daar niet op ingaan. Hij kan ten hoogste in de proeven een of twee verzen schrappen, en er in overleg met mij een paar andere voor in de plaats stellen. Ik verzoek je dus den bundel, zooals ik je hem stuurde te laten zetten!

Ik sluit hierbij in een lijstje met volgorde323 en een verzoek van de Mij. der Nederl. Letterk.;324 zou je een exemplaar van ‘Mattheus’ willen sturen en het mij in rekening willen brengen.

Tekstje van een prospectus hoop ik je binnenkort te zenden.325

Tenslotte een nog voor mij zéér onaangenaam geval. Ik sprak gisteravond in Rotterdam Jo Landheer. Deze zeide mij:

1oniets af te weten van de opheffing van ‘Helikon’. Zij had het tijdschrift geruimen tijd financieel gesteund, maar kon daar in 1940 niet mee doorgaan. In dezen geest had zij aan Boosten & Stols geschreven, en gevraagd, of het blad nu toch kon blijven bestaan. Deze brief is nimmer beantwoord.
2oVan de overname van het blad door jou en mijn benoeming als redacteur wist zij in het geheel niet af.

Ik kreeg den indruk, dat zij zéér gegriefd was. Ik vind de behandeling dan ook alles behalve fraai! En ik weet werkelijk niet, hoe ik daar nu mee aan moet. Haar mede-redactrice maken? Maar kan dat nog, nu de bundels reeds samengesteld en door mij aanvaard zijn. In ieder geval hoop ik, dat jij aan Jo Landheer wil schrijven, wat dan ook. Anders krijgen we binnenkort het verhaal, dat ik Jo Landheer uit ‘Helikon’ gedrongen heb.

Over de quaestie Aafjes en Landheer hoor ik graag spoedig je meening.

Hartelijks

Je Eddie

Januari : Lehmann
Februari : Aafjes.
Maart : Pierre Kemp.
April : Jac. v. Hattum
Mei : G. Achterberg.
Juni : Freek van Leeuwen.
Juli  
Augustus  
September : Nes Tergast
October : S. Vestdijk
November : Eric v.d. Steen.
December : bloemlezing326

320Niet achterhaald.
321Een van Stols' voorwaarden voor de uitgave van de Helikon-reeks luidde: ‘Indien eenmaal een bundel als persklaar door Hoornik is samengesteld kunnen de auteurs daarin geen veranderingen meer aanbrengen zonder de uitdrukkelijke toestemming van ondergeteekende.’ (Zie br. 84.)
322Waarschijnlijk zat hier ondermeer Gerard den Brabander achter, met wie zowel Bertus Aafjes als Hoornik bevriend was. Den Brabander werd vanwege zijn briljante taalgevoel en zijn grote woordenschat vaak geraadpleegd bij de samenstelling van bundels of het ‘kloppend’ maken van verzen. (Med. Mies Bouhuys, Amsterdam.)
323Het valt niet met zekerheid vast te stellen of het lijstje dat onder deze brief is afgedrukt de bedoelde bijlage is; het lijstje is namelijk niet gedateerd. Maar gezien de bundels die erop staan, is het wel waarschijnlijk dat Hoornik dit overzicht van de Helikon-bundels voor jaargang 1940 meezond.
Deze volgorde zou nog veranderen. Hoornik schrijft in een brief aan Stols van 26 januari 1940: ‘Hierbij zend ik je de gedichtenbundels van Gerrit Achterberg, bestemd voor April, en Eric van der Steen voor het najaar (October of November).’ (Zie p. 441 voor een overzicht van de uiteindelijke volgorde van de Helikon-bundels van 1940.)
324Wat de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde verzocht, is niet achterhaald. Het was gebruikelijk dat uitgevers bij hen uitgegeven werk aan de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde schonken. In het jaarboek van de Maatschappij uit 1939 werd de bundel Mattheus niet vermeld; in het jaarboek van 1940 stond A.A.M. Stols vermeld bij de uitgevers die werk aan de bibliotheek van de Maatschappij hadden geschonken. Stols verzorgde in 1939 de herziene en vermeerderde druk van Geboorte en Mattheus, onder de titel Geboorte, gevolgd door Mattheus en andere gedichten. Welke bundel Stols had geschonken, viel uit het overzicht niet op te maken omdat ‘in verband met de noodzakelijk gebleken beperking van den omvang van het Jaarboek [...] ditmaal de achter dit Verslag volgende Lijst van Aanwinsten, [...] tot de handschriften beperkt [moet] worden’ (p. 92).
325Zie n. 302.
326Aanvankelijk stond achter december ‘bloemlezing’ genoteerd, maar dit is later doorgestreept. Het was de bedoeling een bloemlezing samen te stellen uit de jongste Nederlandse dichtkunst. Dit zou een door Hoornik ingeleid dubbelnummer in de Helikon-reeks worden, maar omdat er in het najaar van 1940 al twee bloemlezingen zouden verschijnen uit de poëzie van de jongste generatie dichters, schreef Stols op 29 februari 1940 aan Hoornik, dat het beter was van de bloemlezing af te zien. (Zie ook br. 84.)
prepostterug  begin  verder