De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Marten Pepyn]

Eer ik vorder gaa, moet ik gedachtig wezen, zyn braven Stadgenoot MARTEN PEPYN, die gelyk de Arent alle vogelen braveert, ook alzoo in Italien zynde, zyne tyd- en landgenoten te boven streefde, zulks hy door Italien en Romen voor een hoogvlieger berucht was, en grooten roem behaalde.

Ik was verlegen waar ik hem plaatsen zoude, tot dat my uit zeker verhaal, 't geen volgen zal, bleek, dat hy by 't leven van Pet. Paul. Rubsbens, al overleden was.

Men hout het voor een spreuk, toepasselyk op de geleerden, Dat zy niet graag zien, dat hun licht door anderen betimmert word. Rubbens, die zyne snelle vlucht in de Konst kende, en hoorde

[p. 79]origineel

dat hy van Rome naar Braband stond te komen, was daar over verzet. Maar wanneer kort daar aan het tegendeel door 't gerucht verspreid wierd, te weten dat hy van voornemen verandert, een Roomsche vrouw getrouwt had, liet hy zig ontvallen: Nu Pepyn getrouwt is, heb ik geen vrees dat my alhier iemant zal overtreffen, of boven 't hooft komen. Het geen bevestigt, dat hy een groot Konstenaar is geweest. Op hem volgt