De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Joris van Schoten]

Dat de natuurdrift, een gebiedende meesteresse is, heeft de bevindinge, en vele voorbeelden ons geleerd, en zal nader bevestigt worden met de levensbeschryving van JORIS VAN SCHOTEN. Deze is geboren te Leiden in den jare 1587. en was van der jeugt af aan zoodanig van natuur geneigt tot de Konst, dat hy ter schoole gaande, in steê van letteren, zyn papier, met mannetjes, en dieren, als honden, katten en zoo voort bekladde, daar zyne schryfmeesters veel tegen, en ook zyn ouders ongenoegen in hadden; en ook hoe dikwerf van hem gevergt, geen toestemming wilden geven tot het leeren van de teekenkonst, ja 't zoude daar nooit toegekomen hebben, ten zy ymant van zyn'er ouderen kennissen (die een beminnaar van de Konst was) zyn voorspraak daar in waare geweest. Dit doet my gedenken aan de jaren myner jongelingschap, toen ik in den zelven staat gesteld, myne ouders niet konde bewegen dat zy my de teekenkonst lieten leeren, maar getroost moest wezen twee agter een volgende jaren den twyndraat te hanteren by eenen Johannes de Haan. Thans Vendumeester, en gezworen Makelaar te Dordrecht, dog dit werken was van een gunstigen onvoorzienen uitslag; want deze de Haan nog nieuwling getrouwd zynde ging dikwils met zyn nieuwe vrouw vrienden bezoeken, en beval my het

[p. 131]origineel

toezigt van den winkel. Hy, die Leerling van Nikolaas Maas pourtretschilder te Dordrecht geweest hadde, ziende myne drift tot de teekenkonst, gaf my nu een teekening, dan een print om na te maken, om dus te beter in huis te blyven en daar agt op te geven; waar door ik zoo ver toe nam, dat eer ik myn tyd nog ten vollen uitgedient had, ik door voorspraak van goede vrienden, al besteed was by Willem van Drillenburg Landschapschilder van Utrecht. Dit was in den jare 1669. Om nu weder tot onzen van Schoten te keeren; zyne ouders lieten zig bewegen, en hy werd in 't jaar 1604 ontrent 17 jaren oud, besteed by Koenraat vander Maas een goed pourtretschilder, daar hy in den tyd van drie jaren zoo toenam in de Konst, dat hy konde op eigen wieken dryven. Toen bekroop hem de Reislust maar zyne ouders weerhielden hem in dat voornemen, en huwelikten hem uit: zedert welken tyd hy tot Leiden gebleven is, oeffenende zig dagelyks in 't schilderen van historien, landschappen, en inzonderheid pourtretten, als'er op den Doele te Delf nog van hem te zien zyn.