De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Nestus Thoman]

De geheugenissen der dingen zyn een groot behulp om de gebeurde zaken aan haar tydsnoer te schakelen; maar wanneer de zelve door den tyd zyn gesleten en uitgewist, en niemant van de zelve iets heeft geboekt, kan men in den tydkring, waar in men de dingen besluit, ligt mistasten; aangezien men in dat opzigt de waarschynlykste gissingen alleen maar tot behulp heeft. Wy vonden geen reden tot de levensbeschryving van ERNESTUS THOMAN (vermits hy nooit in Nederland gewoont of verkeerd heeft) als om dat wy daar door het levensbegin van zommige Konstschil-

[p. 132]origineel

ders, (waar ontrent wy alleen op gissingen hebben toegegaan) nader bepaalt vinden, gelyk wy op 't eind zullen aanwyzen.

JAKOB ERNESTUS THOMAN geboren te Hagelstein in den jare 1588, reisde (na dat hy in de beginselen van de Konst was onderwezen, en tamelyken voortgang had gemaakt) naar Italien ontrent den jare 1605. hy heeft 15 agter een volgende jaren te Napels, Genua en Romen in de oeffening der Konst doorgebragt. Hy verkoos inzonderheid tot zyn gezelschap te Rome Adam Elshaimer, Pieter Lastman en Johannes Pinnazio anders Jan Pinas, die dagelyks met veel vlyt, wanneer de Zon boven de kimmen rees, de vermakelyke landzigten na 't leven afteekende.

Elshaimer gestorven zynde vertrok hy naar zyn Vaderland, om de smart van zulk verlies te eerder te verzetten. Hy had zig deszelfs penceelbehandeling zoo zeer aangewent, dat verscheiden van zyne stukken voor Elshaimers werk zyn aangezien. Hy stierf in dienst van den Keizer te Landouw, op den 2 van Wynmaand 1653.

Wy zien hier uit dat Pieter Lastman, dien wy op 't jaar 1581 gesteld hebben, met zyn vierentwintigste jaar al te Romen was, zoo wy stellen dat onze Thoman hem in 't jaar 1605, daar vond: dog dit kan niet zeker besloten worden, aangezien dat'er ook wel sommige jaren van die 15 jaren dat Thoman in Italien is geweest, konnen verloopen zyn geweest, eer Lastman en Pinas in Italien kwamen, of dat zy aan malkander kennis kregen. Het zy zoo 't wil, de waarschynlykheid van hunnen geboorten tyd is ontrent den jare 1581. Nu volgt