De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Adriaan de Bie]

ADRIAAN de BIE, geboren uit een ongeboren Vader binnen Lier quam ter waereld in 't jaar 1594. Te weten zyn Vader was niet volgens de gemeene wyzen, als de meeste menschen, in de waereld gekomen, maar wierd door zeker toeval uit zyn moeders ligchaam gesneden, en mirakeleus by 't leven behouden. In zyne jeugt heeft hy de Konst geleerd by Wouter Abts Vorder getuigt H. de Poter, dat hy met zyne 18 jaren naar Parys trok, en by eenen Rudolph Schoof, schilder des Konings Lowys den XIII. twee jaren woonde, welke heel vermaart was. Dezen tyd bragt hy met byzonderen vlyt, en yver door, waar van daan hy naar Romen reisde, daar hy zes agtereenvolgende jaren sleet, met zig te oeffenen naar de beste voorbeelden. Voorts heeft hy de meeste en voornaamste Italiaansche steden bezogt, zulks zyne reis negen jaren geduurt heeft. In welken tyd hy ook gelegentheid vond om voor verscheiden Kardinalen zyne Konst te oeffenen, die wel meest bestond in het beschilderen van goude en zilvere Platen, Porfier, Jaspis, en andere kostbare steenen, waar in zy om de nette en zuivere behandelinge groot behagen vonden. In het jaar 1623 is hy weder naar Braband gekeerd, daar hy veel fraaije pourtretten, en kloeke ordonantien, vol beelden, geschildert heeft, als onder vele tot Lier in St. Gommaars Kerk boven 't Altaar van St. Eloy. Deze Adriaan was de Vader van Kornelis de Bie, die het gulde Kabinet der Schilders geschreven heeft.