De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Jan van Bronkhorst]

De jeugt die zig tot d'oeffening der Konst begeeft by een Akker geleken, en de leerlessen van haar onderwyzer by het zaad, zullen wy zien dat zy beide meer of min van een zelven goeden aart moeten wezen. Want zoo die grond niet is doorbouwd met oordeel; en doormest met vernuft, yver, en leerzugt, is 'er weinig hoop van eenen ryken oegst te maaijen. In tegendeel als die grond goed is, gaat de verwagting zeker zelfs buiten verwagting. Dit is gebleken aan JAN van BRONKHORST, die door yver, aangeboren leerzugt, en aangewende opmerkinge (schoon hy maar een gering zaad van onderwyzingen in den akker van zyn begeerte ontfangen had) dat zaad zoo wel heeft gebroed, dat 'er van hem word getuigt, dat, al mogt iemant het geluk gebeuren van het doorluchtigste verstand, en den grootsten meester in de konst tot zyn onderwyzer te hebben, zoo konde hy niet beter in de uiterste wetenschappen van de Konst ervaren wezen.

Elf jaren was hy pas oud als hy besteed wierd by een Glasschryver geheeten Jan Verburgh, om de grondbeginzelen der Teekenkonst te leeren, alwaar hy een en een half jaar zig met grooten yver en naarstigheid heeft geoeffent, en daar na nog by twee andere gemeene Glasschilders, zoo lang tot dat hy in 't jaar 1620 lust kreeg om een reis naar Vrankryk te doen, om daar zyn Konst verder voort te zetten, dus nam hy de reis over Braband, maar werd door zeker toeval in den voort-

[p. 232]origineel

gang gestuit; want tot Atrecht kwam hy gevallig by eenen Peeter Mathys konstig Glasschilder, daar hy zig ophield ontrent een en een half jaar, in welken tyd hy gelegentheid had om veel fraaije werken te helpen maken. Van daar trok hy naar Parys, daar hy een heel bekwaam meester in 't Glasschryven, Chamu genaamt, aantrof, daar hy eenigen tyd bleef en toen weer naar zyn geboortestad geraakte, alwaar hy als meester in die Konst de zelve met vlyt en yver voortzette; nogtans altyd by zig zelven onvergenoegt, wyl dit doen hem te gering scheen te wezen. Dit was de regte slypsteen om zyn brein te scherpen tot grooter ondernemingen; te meer werd dit voornemen in hem opgewakkert, toen hy gelegenheid had van met Kornelis Poelenburg om te gaan, en hem te zien schilderen, welke aangename en bevallige handelinge zyn gemoet zoodanig trok dat hy onveranderlyk by zig zelven besloot, tot het schilderen in Olyverf over te gaan, en op de handeling van Poelenburg zig te zetten. Dog dit sleurde nog al een tyd lang, zelfs na dat Poelenburg al was naar Engeland getrokken. In 't jaar 1637. heeft hy het Glasschilderen nog al gehanteerd, dog in het jaar 1639 ontsloeg hy zig geheel daar van, yverende dagelyks zonder onderwys, en bragt het zoo ver dat de tyd zyn roem niet ligt zal afmaaijen. Hy was geboren t'Utrecht in 't jaar 1603.

De nieuwe Kerk tot Amsterdam pronkt nog heden neffens het Koor met drie van zyne konstig beschilderde kerkglazen. Men ziet daar in verbeeld hoe de Vrede den Oorlogsgod Mars boeid, en kluistert, en den Kryg en zynen aanhang vertreed. Hoe de welvaart van zee en land bloeid,

[p. 233]origineel

als de met slangen geparuikte Twist verbannen word. Zy word vertoond door den Overvloetshooren, die allerhande slag van uitheemsche Koopmanschappen uitgeeft; gelyk ook door de Boeken te kennen word gegeven, dat geleertheid, konsten en wetenschappen, in tyden van vrede 't schoonste bloeijen. En op de deuren van het Orgel zietmen door zyn konstpenceel met olyverf verbeeld, de Triumf van David over den verslagen Goliat: de zalving van Saul tot Koning, en hoe hy van zyn troon David voor hem spelende aan zyn speer meende te spitten.

Zyn Beeltenis kan men beschouwen in de Plaat L boven aan daar zig nevens aan een beschildert kerkglas vertoont.