De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Aalbert Kuip]

Hier meê willen wy onze Redenvoering eindigen, en de Toneelgordyn openen met de Konstschilder

AALBERT KUIP geboren te Dordrecht in 't jaar 1605. Deze was de Zoon van Jakob Gerritze Kuip een braaf schilder, by wien hy de Konst geleerd heeft, hoe wel hy in handeling veel van zyn Vader verscheelde; want hy wat meer aan den netten kant was: ook zoo ruw in zyne penceelbehandeling niet als zyn Neef Benjamin Kuip die een medeleerling met hem was:

[p. 249]origineel

hoewel ik 'er dingen van gezien heb, die meesterlyk aangetoetst waren. Daarenboven hield zig zyn Vader aan eenerhande verkiezinge. Hem daarentegen scheen het evenveel te wezen wat hy ook maakte Ossen, Koeijen, Schapen, Paerden, Fruit, Landschap, stil water met Scheepen; 't scheen hem alles onverschillig te wezen, en daar men zig over verwonderen moet, is, dat hy alles even fraai en natuurlyk schilderde. Daarenboven heeft hy inzonderheid wel in agt genomen de tydstonden waar in hy de voorwerpen verbeelde, zoo dat men den benevelden morgenstond van den klaren middag, en dezen weer van den saffraanverwigen avondstond in zyn tafereelen kost onderscheiden. Ook heb ik verscheide maanligten van hem gezien die heel natuurlyk verbeeld waren, en zoo geschikt dat dezelve een aangename spiegeling in 't water maakten. Onder zyne Konststukken zyn wel de voornaamste, daar hy de Dordsche Beestemarkt in verbeeld, als ook de Pikeurbaan, daar hy dan de schilderagtigste Paerden die daar gewoonlyk kwamen, in te pas bragt, zoo dat men dezelve kost onderkennen. Dat 'er na zyn dood geen modellen of teekenen van andere meesters by hem gevonden wierden is een bewys dat hy alleen de natuur tot leiding nam. 't Was ook zyn aart niet geld daar aan te besteeden, want hy had altyd tot zinspreuk: In harde Ryksdaalders komt de mot niet. Egter was hy een man van onbesproken leven, en ouderling van de Gereformeerde Kerk.