met zyn Zeehulk (Dit gebeurde door verzuim van agtgeving op de Boskruidkamer) aan flarden sprong, had hy den laatsten maaltyd aan boort by hem gegeten, die zig verwonderde dat iemant uit konstliefdigheid zig zoo na by 't gevaar dorst begeven: en Gerard Brand in zyn Levensbeschryving van Michiel de Ruiter op 't jaar 1666 teekent aan op pag. 476. Dat de vermaarde Scheepteekenaar Willem vanden Velde in de vloot kwam met voornemen om de voorvallen van 't aanstaande* Zeegevegt naar 't leven af te beelden: ten welken einde zeker Galjootschipper hem rondom zou voeren, of ter plaatse daar hy het beste gezigt voor zyn teekenen zou vinden.
Naderhand geraakte hy in dienst (ik weet niet by wat toeval) van Koning Karel, en gevolgelyk van Jakob, voor welke hy vele konstige afteekeningen van Zeeslagen, Zeegevallen en andere ontmoetingen, op gewitte paneelen, en opgeplakte doeken geteekent heeft. Hy ondernam ook met olyverf te schilderen in zyn ouderdom.
Zyn juisten sterfdag weet ik niet, maar wel den dag van zyn graflegging, uit een Begraafnisbriefje by de Dochter van Adr. vanden Velde ter gedagtenisse van haar Grootvaders overlyden bewaart, waar op dus (omciert met verbeeldingen van de dood, wyze van begrave, opstandinge, en Hemelvaart in plaatdruk) te lezen staat Mr. Wm. V. Velde Senior, late painter of Sea-Fights to their Majesties King Charles II. and King James. En dat hy gedragen is uit zyn huis in sack Fieldstreet in Pickadilly, to the Parish Church of St.