De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Willem vanden Velde]

Hoe door verscheiden wegen en toevallen vele tot de Konst gekomen zyn, heeft van Mander en na hem S.v. Hoogstraten door verscheide opmerkelyke voorbeelden aangewezen; onder welk getal ook de konstige Scheepteekenaar.

WILLEM vanden VELDE wel mag betrokken worden. Hy werd tot Leiden geboren in 't jaar 1610. en tot de Zeevaart geneigt, vond naderhand gelegentheid om in dienst van den Staat met een Zeejacht de Oorlogsvloot in dien tyd te verzellen, en door af- en aanvaren berigten over en weer te brengen.

Hy die nu den Scheepsbouw, en der zelver toerusting in den grond verstond, ondernam door de pen allerhande zoo groote als kleine vaartuigen op papier en gewitte paneelen te teekenen, zelf Admiraalschappen en heele vloten volgens het Zeegebruik in 't zeilen te verbeelden, en dus aan de Staten een zigtbare vertooning nevens zyn woorden tot verslag te geven, welke hem byzonder daar voor loonden, gelyk hy ook tot hun dienst daar toe gehouden werd. Als Opdam in 't jaar 1665

[p. 355]origineel

met zyn Zeehulk (Dit gebeurde door verzuim van agtgeving op de Boskruidkamer) aan flarden sprong, had hy den laatsten maaltyd aan boort by hem gegeten, die zig verwonderde dat iemant uit konstliefdigheid zig zoo na by 't gevaar dorst begeven: en Gerard Brand in zyn Levensbeschryving van Michiel de Ruiter op 't jaar 1666 teekent aan op pag. 476. Dat de vermaarde Scheepteekenaar Willem vanden Velde in de vloot kwam met voornemen om de voorvallen van 't aanstaande* Zeegevegt naar 't leven af te beelden: ten welken einde zeker Galjootschipper hem rondom zou voeren, of ter plaatse daar hy het beste gezigt voor zyn teekenen zou vinden.

Naderhand geraakte hy in dienst (ik weet niet by wat toeval) van Koning Karel, en gevolgelyk van Jakob, voor welke hy vele konstige afteekeningen van Zeeslagen, Zeegevallen en andere ontmoetingen, op gewitte paneelen, en opgeplakte doeken geteekent heeft. Hy ondernam ook met olyverf te schilderen in zyn ouderdom.

Zyn juisten sterfdag weet ik niet, maar wel den dag van zyn graflegging, uit een Begraafnisbriefje by de Dochter van Adr. vanden Velde ter gedagtenisse van haar Grootvaders overlyden bewaart, waar op dus (omciert met verbeeldingen van de dood, wyze van begrave, opstandinge, en Hemelvaart in plaatdruk) te lezen staat Mr. Wm. V. Velde Senior, late painter of Sea-Fights to their Majesties King Charles II. and King James. En dat hy gedragen is uit zyn huis in sack Fieldstreet in Pickadilly, to the Parish Church of St.

[p. 356]origineel

James's. En daar begraven op den 16 van Wintermaand 1693.