De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 9]origineel

[Bartholomeus vander Helst]

Om dezen tyd werd ook de Fenix der Nederlandsche Pourtretschilders BARTOLOMEUS vander HELST tot Haarlem geboren, wiens Beeltenis in de Plaat A onder de Beeltenis van Ger. Dou, en nevens het zelve twee brandende fakkels, ten teeken dat zy twee groote lichten in de Konst zyn, gezien worden.

By wien hy de Konst geleerd heeft weet ik niet, maar wel dat hy een uitnement Meester in 't schilderen van Pourtretten is geweest, waar van de bewysstukken nog in wezen zyn.

Onder de menigte van zyne konstig geschilderde Beeltenissen steekt uit het groote Schutters stuk, thans op des Krygsraats kamer gejaarmerkt 1648, waar in de Heer Korn. Joh. Witzen als Bevelhebber voor aan zit. In dit stuk is het naakt, zoo natuurlyk, helder en gloeijent, de onderscheiden stoffen der bekleedingen onderkennelyk in haar aart waargenomen, Goude en Zilvere kelken, en andere Feest- en Discierselen zoo uitvoerig natuurlyk en konstig geschildert, dat men zig daar over moet verwonderen. Waarom ook de Schryver van den Wegwyzer door Amsterdam op pag. 454. heeft aangemerkt: Dat een Groot kenner en Liefhebber van de Konst, in 't byzyn van verscheiden Heeren zig liet ontvallen: Zoo 'er Schildery aanbiddelyk is in de Waereld, zoo hoeft men naar geen andere Landen te gaan, om beter voorwerp te zoeken.

Den grooten lof welken Godfried Kneller, Ridder Baronnet en Hofschilder van Engeland, over dit konststuk uitgesproken heeft sparen wy om elders in te lassen.

By den Heer Jan de Graaf Heer van Polsbroek hangt een klein stukje waar in vier pourtretten overkonstig geschildert zyn, zynde de af beeldsels van

[p. 10]origineel

de vier Doelmeesters, 't zelve dat van hem in 't groot geschildert, hangt in de Kolveniers Doele op de Zaal boven den schoorsteen. Ook zietmen tot Amsterdam en elders veele enkele pourtretten die uitvoerig en konstig geschildert zyn.

Jan Vos laat zig op de Afbeelding van Juffr. Konstancy Reinst, door vander Helst geschildert, aan den zelfden dus hooren:

 
Op, Duitsche Apelles, op, verschyn met puik van verve:
 
Want Reinst verwagt u om te leven op 't panneel.
 
Een geestig ommetrek vereischt een wis penceel.
 
Natuur vertoont in haar Vrouw Venus en Minerve.
 
Zoo ziet men glans en geest, dat zelden beurt, gepaart.
 
Hoe! is dit leven?..neen: want Reinst, heel braaf van aart,
 
Vertoont zig hier van verf. ô Loffelyk vermogen!
 
Wie 't oog door verf bedriegt heeft eerelyk bedrogen.

Hy woonde in dien tyd te Amsterdam in de Doelestraat, won veel geld, was graag by gezelschap, bad geen geneigtheid tot Italie, was vergenoegt met zyn Konst, en Stad, (zeit Sandrart) en had tot Jaren gekomen (wie is 't aller uuren even wys?) een Jonge Vrouw getrouwt, by welke hy een Zoon won, die mede een Pourtretschilder werd, en zyn Vader op het loffelyke spoor wel na ftapte, maar te veer agter gebleven is om aan hem te gedenken.