De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Thomas van Wyk]

De Stad Haarlem, die onder de Hollandsche Steden roemen kan, dat zy het grootste getal Konstschilders voortgebragt heeft, zag ook in den jare 1616, binnen hare wallen den vernufteling

TOMAS WYK te voorschyn komen, die wel onder de brave Schilders van zynen tyd gestalt

[p. 17]origineel

mag worden. Van zyn penceelwerken heb ik 'er vele met vermaak beschouwt, waar in hy geestige Italiaansche Zeehavens, vol gewoel van Beeldjes, Koopmanschappen, Scheepen enz. verbeeld had: ook Roomsche markten waar op zig een potsige zalfverkooper met al zyn aangapers; Italiaansche Postuurmakers, Konstspeelders of Guichelaars, Fruit- en Groenstallen, en agter de zelve grootse gebouwen en Palleizen deden zien, door hem zelf in Italien naar 't leven afgeteekent. Geestig wist hy ook Zeestrantjes, en daar by Vrouwtjes die den visch in korven op haar hoofd, of anderzins naar de markt torschen, te verbeelden; ook Laboratorien, of Goudmakeryen, met hun fornuizen, kroezen, pannen, glazen, en eene onbedenkelyke menigte van gereedschappen tot de stokery behoorende, en dergelyke voorwerpen: die alle zoo geestig van hem bedagt, konstig geschikt, vast geteekent, vet, toetsende, en gloeijende geschildert zyn, dat dezelve Konst een hooger prys verdient, dan zy thans gelden mag.

Zyn konstlust heeft den printlievenden eenige kleine stalen van zyn vernuft, door eigen wyze, van etsen in koper, naar gelaten.

Onzen Tomas Wyk heeft een Zoon naargelaten Jan Wyk genaamt, die een braaf Bataljeschilder was, wiens bloeityd zyn Vader met verheuging heeft gezien, aangezien hy zevenmaal tien jaren bereikt heeft voor dat hy kwam te sterven.

Jan Wyk, die wel zyn besten levenstyd in Engeland heeft doorgebragt, schilderde ook Jagteryen te paerd, inzonderheid Hartejagten. Jan Smit heeft een van de zelve in plaat gebragt, en Hend. Careé, (die hem in den jare 1692 en 93,

[p. 18]origineel

in Engeland gekent heeft) heeft my verhaald; dat hy het levensgroote paerd, waar op het Beeld van Frederik Hertog van Schomberg zit, en het Plan van de Batalje in 't verschiet ('t geen door gemelde J. Smit konstig geschraapt in print uitgaat) ten dienste van Godf. Kneller (die alleen 't pourtret van den Hertog gemaakt heeft) met veel roem geschildert heeft.

Hy was te Londen getrouwt, en is daar ook gestorven.

 

De bevinding heeft door menigerhande, zoo oudtydze als jongere voorbeelden doen zien, dat, menschen die tot eenige voorname oeffeningen geboren zyn, de neigingen daar toe, al vroeg met het ryzen van hunne lentezon hebben doen blyken. Dus heeft men wanneer dit driftvuur op geenderhande wyzen te stuiten was, op vasten grond met het* Maasorakel besluit gemaakt, dat zulke dan eerst regt tot die oeffeningen, daar hunne geneigtheid toe overhelde, bekwaam waren.