De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Juriaan Jakobze]

Hier nevens verschynt de brave Konstschilder JURIAAN JAKOBZE ten Toneel. Deze was in Zwitzerland geboren, maar heeft zyn Konstgeleerd by den berugten Jagt-, en Beesteschilder, François Snyders, en voort de zelve in de Nederlanden geoeffent. Hy volgde in 't eerst op het spoor van zyn meester in die verkiezing, maar begaf zig naderhand tot het schilderen van Beelden en Historien. De Heer Wolters Koopman tot Amsterdam, en groot beminnaar dier Konst, liet hem eenige tafereelen schilderen. Drie van de zelve zyn thans in handen van den Heer Martynus du Pré. In een der grootste zietmen Adonis verbeeld, daar hy gereed staande om ter Jagt te gaan, van Venus gevleid en gebeden word, niet als op weerlooze dieren, als konynen enz. te jagen, gelyk Nazo deze Fabel dus beschryft; 't welk hy niet in agt nemende maar te stout in 't jagen, door de woede van een wilt zwyn gedood wierd. 'T is klaar genoeg te zien, inzonderheid aan de Jagtdieren dat hy den braven Fr. Snyders tot zyn Leermeester gehad heeft.

Hy had gemelden Wolters tot zyn Mecenas aangetroffen, zoo dat hem hier door de blinkende hoop van een gelukkig man te zullen worden al van na by toe scheen, maar 't beurde hem als de spreuk zeit: Als verwonnen is de nood, dan komt de dood. Want hy werd door den pestbezem van 't jaar 1664 uit het land der levendigen met zyn gantsche huisgezin weggevaagt, en tot Amsterdam begraven. Dus is my berigt. Dog de Konstschilder Hendrik Karree, die een Leerling van hem is, heeft

[p. 50]origineel

my verzekert dat hy een Hamburger van geboorte was, te Lewaarden in Friesland vele jaren heeft gewoont, aan 't Hof geschildert, ook in dienst van den Prins (zie hoe verschillig somwyle de berigten zyn) in den jare 1685 is overleden. Dit laaste gezegde moet voor 't zekerste gehouden worden, om dat zoo Juriaan Jakobze 1664 was gestorven, en gemelde Karree 1658 geboren, hy dan geen Leerling van hem kon geweest hebben.