De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Jan Philip van Thielen]

JAN PHILIP van THIELEN, Heer van Kouwenberch, enz. is geboren te Mechelen in 't jaar 1681. zyn penceel neigde tot al het geene Flora tot vermaak aan de Hoven schenkt te verbeelden, en aan zyne handelinge was genoegzaam te bespeuren dat hy de dunne en eêle behandelingen die in 't bloemschilderen inzonderheid vereischt worden, van zynen Leermeester, den berugten Daniel Zegers had afgezien. Immers zyne wyze van behandelinge en verstandige zamenschikking, heeft het Spaansche Hof konnen bekoren, voor het welke hy vele bloemstukken heeft gemaakt, waar door zyn naam, en konst is beroemt geworden. Maar het geen hier nevens nog tot zynen roem strekte was, dat hy drie Dochters hadde Maria Theresia, Anna Maria, en Françhoise Catharina van Thielen, die Schilderessen waren, zig in bloemschilderen oeffenden, zig een naam maakten, en deeden zien, dat hun aangeboren aart, zoo veel en meer, als het onderwys des Vaders, tot den opbouw dier konstoeffening geholpen heeft. Zy waren 1660 nog in leven, en schilderden dagelyks met lust en yver, zoo dat zy aan de Waereld een groote verwagtinge gaven.