De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Hendrik Martensz.]

Deze Levensbeschryving behoorde vroeger geplaatst te zyn geweest. Dog gebrek van tydig berigt is oorzaak dat 'er somwyl een breuk tegens de wyze der schikking van ons pennewerk (buiten onze schuit) begaan word. 't Zelve moeten wy ook in opzigt van den braven Rotterdamschen Konstschilder HENDRIK MARTENSZ. bygenaamt ZORGH tot onze verschooning zeggen. Deze bynaam werd aan zyn Vader (welke naar dien eenvoudigen tyd Marten Klaasz Rokes genaamt werd) gegeven; om dat hy Marktschipper van Rotterdam op Dort zynde, altyd zoo veel toezigt en zorg voor de lading en bestelling droeg, dat men, wanneer iemant iet te bestellen had waar aan gelegen was, door gewoonte zeide: geef het Zorgh meê: gelyk ook tot zyn roem verhaald word dat hy eens een zak met 1000 gulden had aangenomen waar naderhand niet naar gevraagt wierd, 't geen hy aan yder bekent maakte, en naar een lange wyl zig daar van ontsloeg, met den zelven over te geven aan de Armbezorgers van de Gereformeerde Kerk, mits zoo den eigenaar, daar van opkwam zy daar aansprekelyk voor waren, of moesten verantwoorden.

Deze goede ouden Man gestorven, kwam 't Markt schipperschap op onzen Hendrik Martensz. Zorgh, welke daar om niet afliet te schilderen, maar

[p. 90]origineel

met groote yver en zugt de Penceelkonst oeffende. Waarom wy ook zyn Beeltenis uitvoerig door hem zelf geschildert op zyn 34ste jaar 1645, geplaatst hebben in de Plaat C. 4.

Hy was een Leerling van Dav. Teniers, als aan zyn eerste penceelwerken klaar te zien is, en van Wilm Buitenweg die gezelschappen van Juffrouwen Heeren en Boertjes schilderde. Dog hy heeft zig niet altyd by die wyze van schilderen gehouden. By zyn Neef Hendrik Zorgh Makelaar en beminnaar van Schilderkonst tot Amsterdam, heb ik verscheiden Konststukken van hem gezien, inzonderheid twee. Het eene verbeeld een Italiaansche Markt, met veel gewoel van beelden, en voor aan een vrouwtje dat uitstalt met verscheide soort van doode Vogels. Het ander verbeeld een Vismarkt, meê vol gewoel. De Visch in dit, en een korf met levende Hoenders, Eenden enz. in 't ander stuk, zyn uitvoerig en Konstig naar 't leven geschildert: Vorders de beelden gronden en agterwerken, hebben een zweem van de penceelbehandeling van Tomas Wyk: gelyk daar ook nog een groot stuk hangt, waar in verbeeld word een Boerevreugt, waar in de beelden grooter zyn, en veel gelykenis hebben naar de handeling van Jan Mienze Molenaar.

Hy stierf, het kluwen van zyn levensdraad door het tydlot ontwonden zynde, in zyn eenentsestigste jaar, 1682.