De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Jan en Pieter Donker]

Twee Neven JAN en PIETER DONKER gaven al vroeg blyken dat zy hunne geboortestad Gouda door hunne Konst zouden vereert hebben, indien hun levenslicht even boven de kimmen gerezen, door een ontydige donkere Dootwolk niet waar benevelt geworden. Van Jan zietmen tot Gouda geschildert de Regenten van 't Tugthuis.

Pieter Donker heeft de Konst geleerd t' Antwerpen by den vermaarden Jakob Jordaans, en trok naar Frankfoort om zyn Konst voort te zetten onder den troep, en toeloop der vremdelingen dewelke kwamen om de Krooning van Keizer Leopoldus by te wonen. In 't volgende jaar 1659 reisde hy naar Vrankryk, en van daar onder het gevolg van den Hertog van Crequi naar Romen, daar hy met yverig teekenen en schilderen zyn tyd heeft doorgebragt. Na het verloop van zeven jaren quam hy weder te rug in zyn geboortestad, en stierf 1668.

[p. 94]origineel

'T beurt zelden dat in een geslagt zoo veel Konstschilders ontspruiten als in dat van de Everdingen. Want men teld drie gebroeders CESAR, Aldert, en Jan; en van Aldert weder een trits van Zonen Kornelis, Piter en Jan welke d' een min, d' ander meer de Konst gehanteert hebben.