De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Cesar van Everdingen]

CESAR van EVERDINGEN moest uit hoofde van zyn geboortejaar geplaatst zyn geweest op 't jaar 1606, maar alzoo de noodige berigten uit Alkmaar zyne geboortestad eerst kwamen, wanneer het levensbedryf van zyn Broeder Aldert al ter drukpers ree lag, hebben wy hem maar voor de zelve konnen plaatsen. Hy was een braaf Beeldenschilder, en had een vleiend penceel.

Onder vele van zyne Konstwerken worden geprezen de beschilderde deuren van het groot Orgel in de Kerk tot Alkmaar, waar op hy verbeeld heeft den Triumf van David, over het nedervellen van den grooten Goliat van Gad. In wat jaar hy dit geschildert heeft weet ik niet, maar wel dat hy het model op de woning van den Bouwheer Jakob van Kampen (die het Orgel geordoneert heeft) maakte in 't jaar 1648. Welk Model nu nog op het Alkmaarse Raadhuis hangt. Ook is op de Oude Doele tot Alkmaar een groot en voornaam stuk van hem te zien, verbeeldende den Adel en Krygsraad der oude Schuttery. De Beeltenissen zyn alle levensgroot en konstig geschildert, zoo dat dit eene genoeg was om zyn roem tot na zyn dood (welk voorviel op 't jaar 1679 als hy oud was 73 jaren) duurzaam te maken.

Hy was een Leerling van Jan van Bronkhorst van wien wy in ons Eerste Deel op pag. 231 gemeld

[p. 95]origineel

hebben, en onder zyne Leerlingen welke hy tot Meesters in de Konst gemaakt heeft, worden geteld Hendrik Graau, van Hoorn, Adriaan Warmenhuizen van Warmenhuizen, Adriaan Dekker, en Laurens Oosthoorn.