De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Aldert van Everdingen]

ALDERT van EVERDINGEN, tweede Zoon van den geheimschryver Jan van Everdingen, en Broeder van den Konstschilder Cezar van Everdingen geboren tot Alkmaar 1621. heeft tot leermeesters in de Konst, eerst Roelant Savry daar na Pieter Molyn van Haarlem gehad, onder welker opzigt hy zoodanig in de Konst toenam dat zy zig niet schaamden, hem voor hunnen Leerling te groeten. Vele pryswaardige konststukken zyn tot Amsterdam en elders onder de konstlievenden verspreit, die altyd betuigen zullen dat hy een groot meester in de Konst geweest is, niet in een enkel deel, maar genoegzaam in 't algemeen; want men ziet Landschappen van hem, met Beesjes en Beeldjes zoo wonder fraai geschildert, en digt beplante bosschen, daar het oog door hun diepte geen end aan ziet, en de getrotste meyen zoo spelende en dartel geschildert: dat zy zig tegens de lucht schynen te bewegen: en Watervallen, en Zeestormen, waar in de brandinge van 't Zeewater tegens de harde rotsen, en de dunne afstuivende sprenkelingen zoo natuurlyk dun, en geestig zyn waargenome dat de stukken voor meesterstukken mogen doorgaan, maar inzonderheid heeft hy uitgemunt

[p. 96]origineel

in 't schilderen van Noordsche landgezigten, daar hy by zeker toeval gelegentheid toe vont om afteekeningen naar leven te maken; want hy zig naar eenige plaats aan de Oost Zee te scheep begeven hebbende beliep hem eene gevarelyke storm, die hem willig of onwillig niet onbeschadigt op de kust van Noorwegen deed belanden. Den zelven natuurlyken aard heeft hy ook in zyne gekoleurde teekeningen waargenomen, waar van 'er de konstminnende Heer Jero. Tonneman verscheiden in zyn Konstkabinet heeft. Zyn Beeltenis staat in de Plaat D. 1.

Hy was naarstig in 't schilderen, yverig in ter Kerk te gaan, en niet misdeelt van verstand. Hy stierf, zyn levensloop geëindigt zynde, in Slagtmaand 1675. en liet na drie Zonen, waar van 'er twee zig tot de oeffening der Konstbegaven, van welke de middelste Pieter genaamt nog leeft.

'T was te wenschen dat onze Everdingen zyn konstpenceel zoo menigwerf niet had afgesleten op groote doeken welke dikwils in den weg hangen en met een scheef gezigt begluurt worden, nu de Mode Tapytzeryen en andere blinkende vodden (de pest voor de Konst) alzins invoert. Welk droevig lot de brave penceelkonst van