De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Kornelis de Man]

Hier nevens verschynt de brave Konstschilder KORNELIS de MAN, geboren te Delf, in het jaar 1621. De zugt om vremde Landen, en de berugte penceelkonst der grootste meesters te zien, spoorde hem al vroeg tot de reis. Parys was de eerste Stad daar hy stil hield om zyn Konst te oeffenen; maar om den trek dien hy naar Rome had, liet hy zig daar niet langer dan een jaar ophouden, wanneer hy voortreisde op Lion en van daar door Lombardyen naar Italien. Te Florence kreeg hy gelegentheid om zyn penceelkonst te oeffenen voor een groot Edelman, in wiens dienst hy twee jaren bleef, tot dat hy naar Rome vertrok, daar hy zig verscheide jaren naar doorluchtige voorbeelden oeffende. Van daar vertrok hy naar Venetien, waar hem geen Mecenassen ontbraken, die zyne Konst rykelyk beloonden.

Wanneer hy nu negen agtereenvolgende jaren op vreemde haardsteden gespyst hadde, tragte hy weder naar zyn vaderland; en nam zyn te rugreis over de Alpische gebergten, en voorts door andere steden, tot zyn geboortestad Delf, daar hy stalen van zyn brave Konst, (na dat hem de dood zyn levensdraad afknipte in 't jaar 1706, zonder bedroefde weduw of kinderen agter te laten) ge-

[p. 100]origineel

laten heeft. Van het geen zyn penceel vermogt, kan getuigen inzonzerheid een groot stuk op de Anatomi kamer, waar in de Regenten van het gild der Wondheelers en verscheiden Stads Medieynmeesters afgebeeld staan. In verscheiden huizen te Delf, bewyzen dit ook kleine gezelschapjes van Heeren en Juffrouwen.