De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Peeter Tysens]

PEETER TYSENS was (zoo 'k uit den inhoud van 't Brabands Rym bespeuren kan) een pourtretschilder, en 't schynt my toe dat hem dat droevig lot, 't geen de pourtretschilders in 't gemeen plaagt, namentlyk de berispinge, meê is te beurt gevallen. Of dit volgende Rym nu tot zyn vertroosting is opgestelt, of dat het maar alleen 't algemeene noodlot der Pourtretschilders wil aanduiden weet ik niet, maar dit weet ik. Al schoon 't een Kreupel Refereyn is, dat het de waarheid zeit:

 
Als ymants geest vervalt op 't schild'ren van Pourtret,
 
Hoort hy van zyne Konst verscheiden oordeel geven,
 
Hoe aangenaam, en fraai, hoe suiver, kloek en net
 
Dat zy haar wezen draagt en toont gelyk het leven,
 
Zoo weetmen nog al iet te zeggen op het belt
 
By die het minst verstaan van haar verholentheden,
 
Want schoon het op zyn maat en regel is gestelt,
 
Nog word al evenwel haar edelheid bestreden.
[p. 144]origineel

ALEXANDER ADRIAANSEN, Schilderde Stilleven, Fruit, Visschen &c. Zoo ook FRANCOIS en JAN EYKENS. Want schoon de laatste eerst een fraai houte Beeldsnyder was, is hy door nayver verwekt, ook tot het schilderen van Fruit en Bloemen gekomen. En zyn deze die wy agtereen op een lyst vervolgt hebben, Antwerpenaren. Waar aan wy ook laten volgen CAROLUS CRETEN van Praag. Deze heeft met den vermaarden Willem Bouwer, die zeer fraai, en geestig in Waterverwe schilderde, lang in Italien gewoont; hy schilderde pourtretten, en was in de Roomsche Bent bekent, met den bynaam Slagzwaart.

En PEETER vander BORGHT van Brussel, schilderde eerst Figuuren, daar naar Landschappen. Als mede JAN MEEL Beeldenschilder van den Hertog van Savojen, geboren in Vlaanderen.

PETER de WIT van Antwerpen word in het Rym van Korn. de Bie aldus geprezen;

 
Zoo maar des Winterdaags 't gevogelt zag de stukken
 
Geschildert van de Wit, die het geboomte uitdrukken,
 
De Konst zou hunnen aart ontsteken met jolyt,
 
Zoo als in 't midden van den heeten zomertydt.