De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Ossenbek]

In dezen tyd leefde een Konstschilder van Rotterdam OSSENBEK genaamt. Van zyne stukken zyn schaars eenige in Holland te zien, aangezien hy zyn meesten levenstyd in Italien heeft doorgebragt. Hy schilderde op de wyze van Bamboots verscheide geslagten van Beesten, en Beeldjes, en schikte de bywerken of agterwerken zoo vremt met Grotten, vervalle Roomsche Gebouwen, Watervallen en dergelyke zoodanig naar den Italiaanschen aart, dat men van hem, zeide. Hy heeft Rome met zig meê gebragt. Ook meld S.v. Hoogstarten in een Brief geschreven uit Wenen den 9 van Oegstmaand 1651 van eenen Luix (maar

[p. t.o. 170]origineel



illustratie

[p. 171]origineel

wat hy door zyn penceel vermogt weet ik niet) aldus: Hier komt een donderend gerugt en nieuwe tyding. Men bootschapt my de komst van Duitslands grootsten Schilder Sandrart, die (zoo men zeit) by den Keizer eer en glorie zoekt, en den Kamermaler van zyn Majesteit Luix zoekt de Kroon van 't hoofd te steken, en zig zelf ten Hoof in te wortelen enz.