De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Maria van Oosterwyk]

MARIA van OOSTERWYK is geboren op den 20 van Oegstmaand 1630. binnen Noodtdorp buiten Delf, alwaar haar Vader de Heer Jakobus van Oosterwyk Predikant was geworden in plaats van zyn Vader, die te Delf was beroepen.

[p. 215]origineel

Zy die al vander jeugt aan blyken gaf van een groot vernuft, en drift tot de Schilderkonst, heeft dat kragtig doorstralende konstvuur door tegenstreven niet gedooft, maar in tegendeel het zelve door moedgeving opgewakkert. Waarom zy ook ziende dat hare geneigtheid tot het schilderen van Bloemen, en ander stilstaande leven helde, voor zig een geagt en bekwaam Leermeester uitkoos, namentlyk den vermaarden Bloemschilder Johan de Heem tot Utrecht.

De zedigheid, die in haar uitblonk, duld niet dat ik de waarde van haar Konst door een langdradigen letterklank uitschater, of haren roem door een bogtigen bazuintoon uitbrom;

 
Frustra fit per plura quod per pauciora fieri potest.
 
 
 
'T is vrugt'loos dat me een zaak met veel omstandigheit
 
Van woorden uitdrukt, die in 't kort kan zyn gezeit.

Hare wyze van schilderen was uitvoerig kragtig, zagt, en weer snel, naar de voorwerpen die zy zig voorstelde, gelyk bloemen die zulks om hare dunheid, en helderheid, zoo men de natuur in hare schoonheid wil nabootsen, vereischen. 'T was de konstluister die hare Tafereelen zoodanig bemint maakte, dat de meeste Hoven, waar in de konstliefde huisvest, daar op verliefden. De konstkwekende Koning Lodewyk de XIV. heeft een van hare Konsttafereelen in zyn Konstkabinet geplaatst. De Keizer Leopoldus en zyne gemalinne ook een, die het zelve zoo hoog hebben gewaardeert, dat zy haar hunne pourtretten omzet met Diamanten ten present hebben toegezonden. Ook pronkten Koning Willem en Maria met een

[p. 216]origineel

van hare konststukken, daar zy negen honderd gulden voor ontfing. Eindelyk maakte zy drie stukken voor den Koning van Polen, waar voor haar vier en twintig hondert gulden betaald werden.

Zy was, (gelyk wy al gemeld hebben) zedig en buiten gemeen godsdienstig, nogtans vrolik, en byzonder yverig in 't voortzetten van hare Konst, 't geen langzaam, om dat zy de netheid en uitvoerigheid betragte, voortging; waar om 'er ook maar een klein getal van bloemstukken (en echter genoeg om hare gedagtenis te vereeuwigen) in de Waereld is.

Zy is in haar 63ste jaar, nog ongetrouwt zynde, gestorven ten huize van haar Zusters Zoon Jakobus van Assendelft, Predikant tot Eutdam in Waterland, dien zy, (van zyne Ouders vroeg berooft) als haar eigen kind had opgebragt, op den 12 van Slagtmaand 1693.