De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Willem Doudyns]

WILLEM DOUDYNS is geboren 1630, den laatsten dag van Wintermaand. 's Gravenhage mag met reden haar Oyevaars blazoen met deze Konstpaarel cieren, voortgesproten uit een Borgermeester, en Kolonel der Schutters dier plaats. Zyn eerste onderwyzer in de Konst was Alexander Petit.

Naderhand door reislust aangenoopt, trok hy naar Rome om de Konst naar de oude en beste voorbeelden voort te zetten, en bleef twaalf agter een volgende jaren in Italien, dagelyks bezig met de Grieksche Statuen, en geagtste Roomsche Konststukken, af te teekenen, ook om zig eene wyze van schilderen te gewennen die hem naderhand zoo beroemt gemaakt heeft. Jan de Biskop heeft zig inzonderheid naar den kostelyken voorraad zyner teekeningen bedient in zyn geëstte plaatwerk.

Hy is een van de eerste, of wel de voornaamste geweest die in den jare 1661, het Konstgenootschap, en d'Academie tot opbouw van de Konst hielp opregten in 's Gravenhage, waar van hy ook

[p. 235]origineel

naderhand verscheidenmalen Directeur, of Regent is geweest. Hy leende de hand daar ook aan tot het einde van zyn leven, het geen hy bereikte in 't jaar 1697, in den ouderdom van 67 jaren; de dood zig niet bekreunende het groot verlies dat de Konstschool door het missen van dezen Diomedes (dus was hy gebentnaamt) te dugten stond.

Hoe groots hy in zyne ordonantien was, hoe vast in het teekenen van zyne naakten, hoe breed en natuurlyk hy zyne kleederen plooide, en hoe stout en kragtig, (om het tegen de braasste Italiaansche te konnen ophalen) hy zyne Konststukken schilderde, daar omtrent zou te vergeefs zyn veel te melden, aangezien het werk, genoeg bekent, zyn maker pryst. Onder vele van zyne berugte Konstwerken wil ik den Lezer, alleen tot een staal, na de Haagsche Vierschaar wyzen, daar hy Salomons eerste regt in drie vakken verbeeld heeft: en 't geen wy meer te zeggen hadden elders toe sparen.