De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Juriaan van Streek]

JURIAAN van STREEK hier op volgende is geboren in 't jaar 1632. Hy verkoos tot zyn voorwerpen allerhande soort van Stilleven; Gepluimde Helmetten, Boeken, Brieven, Speeltuigen en alles wat daar toe behoort; ook wel een Doodshoofd of iet diergelyk om het ten zinnebeeld van de vergankelykheid des menschen leven te doen strekken. 'T welk hy met zulk een goed oordeel t' zamenschikte, dat het een tegens het ander zyn behoorlyke werking deed. Zyn licht en bruin wist hy wonder wel waar te nemen, en had een stout penceel, waar door zyn penceelwerk in kragt tegen de natuur dorst ter monstering komen. Hy heeft ook somwyl pourtretten geschildert, die goed zyn, waar van ik 'er verscheiden gezien heb inzonderheid van zyn Vrouw; het welk wy door gebrek van geheugenisse op den naam van Em. de Wit hebben gesteld in 't eerste Deel pag. 283.

Zeker, wat de Tafereelen der bespiegelingen van 's menschen vergankelykheid aanbelangt, zy doen vry wat meerder nut dan de vertoonselen van vuile minbedryven. Deze geven alleen aanritselingen tot zonden, d'andere zyn spiegels die elk zyn zeker einde doet beschouwen, en aanspoort

[p. 291]origineel

tot Deugt, en godvrugtig leven, op het voorbeeld der oude Egiptenaren, welke voor gewoonte hadden, dat zy op de Gastmalen vertoonden de beeltenis van een menschen geraamte, 't welk zy omdragende aan elk der aanleggende Gasten, den een naa den ander voorstelden, daar by zeggende: Ziet en beschouwt wel wat dit is. Weest vrolyk: maar weet dat gy dus worden zult. Waarom ook Saladyn Sultan (Grootheer) van Babilonie, en Damascus, Koning van Egipten, stervende in de Stad Ascalon ten tyde van Philippus Augustus Koning van Vrankryk, gelaste, dat by zyn uitvaart, of Lykstatie, door zyn Grootwaapendrager, zyn Hemd, of Doodkleed op een Lans gesteken, door alle de straten der Stad zoude worden omgedragen: en door een Herout voor uit gaande, worden uitgeroepen: De Koning van 't geheel Oosten is dood; en neemt van alle zyne schatten niet anders meê.

Zeker op zulke voorwerpen zou zig 't penceel niet ten onnut afslooven. Is deze keur voor een Konstenaar wat te eng bepaalt, zie hier een derde, groots en woelig genoeg om een Tafereel te vullen, namentlyk: Dat oulinx te Konstantinopolen (volgens het verhaal van Isidorus) de gewoonte was, dat ten tyde van de Krooning der Keyzeren, een Metzelaar voor de zelve verscheen vertoonende vierderhande soorten van steenen, zeggende: Goede Heer, gelieft van deze te kiezen, welke uwe Hoogheid best gevalt, om uw Grafsteê daar van te bouwen.

Zie dit zelve om de nutbaarheid ook aangetrokken in de Devises Heroiques & Emblemes, de M. Clande Paradin.