De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 293]origineel

[Ottomar Elger]

OTTOMAR ELGER de oude, werd geboren te Gottenburg in den jare 1633, den 18 van Herfstmaand. En gelyk dog yders natuurdrift, verschillig van anderen, voortgedreven werd, zoo vond hy zig geneigt tot het schilderen van Fruit en Bloemen, tot welken einde hy zig ook naar Antwerpen begaf by Daniel Zegers, om die wyze van behandeling die hem zoo veel roem gaf, af te zien. Ook gelukte hem dit. Want hy hier om aan 't Hof te Berlyn gelokt wierd in den jare 1666. Zedert werd hy ook aangehaald van Frederik Wilhem, Grootvader van den jegenwoordigen Koning van Pruissen, ook byzonder om zyn geestige antwoorden en kwinkslagen, geagt, in wiens dienst hy ook gestorven is.

Zyn Vader die een Geneesheer was, en hem daar toe ook in oeffening der talen opbragt, zag hem niet graag de tekenpen gebruiken, gelyk ook zyn Moeder die in geenen deele wilde toestaan dat hy de Schilderkonst leeren zoude, tot dat zeker voorval haar het tegendeel deed besluiten.

'T gebeurde dat een vremdeling, een man die by uitnementheid in talen bedreven was, met zyn Vader verzogt te spreken. De boodschap was om een aalmoes te verzoeken. Zyn Moeder (gelyk de Vrouwen dog meest nieuwsgierig zyn om alles te weten) vraagde wat die man te zeggen had? 'T antwoord was, dat het een groot taalgeleerde was, maar arm. Waar op zy zeide: Wel, zyn 'er onder de letterwyzen ook Bedelaars, laat dan onzen Zoon de Schilderkonst leeren.