De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Antoine Francois vander Meulen]

Onzen Konstschilder ANTOINE FRANCOIS vander MEULEN tellen. Deze geboren te Brussel in 't jaar 1634, had zyn afkomst uit een der braafste geslagten van die Stad, waar door hem geene middelen ontbroken hebben, om zig in wetenschappen te oeffenen, waar door de geesten geslepen, en bekwaam gemaakt worden tot verheve bezigheden; gelyk hy ook geneigt tot de Schilderkonst, en by een braaf meester besteld, den zelven in korte jaren (schoon nog piep jong) overtrof; waar na hy zig daar in voort

[p. 330]origineel

oeffende door de leydingen van zyn vernuft.

Zyn neyging strekte tot het schilderen van Geboomte, Landschappen, en Landbataljes, waar in hy inzonderheid doorstak, zoo dat de zelve by de onzydige Konstbeminnaars voor goed gekeurt wierden, en hy dus al vroeg zyn roem tot het nabuurig Vrankryk dede klinken.

Monsr. Colbert, voornaam begunstiger dier Konst, had straks bevallen in zyne Konstwerken, en deed hem eenige stukken schilderen, welke hy eerst aan C. le Brun (die overtuigt was van des zelfs bekwaamheid, en dat hy in staat was om door zyn penceelkonst den Koning dienst te konnen doen) vertoonde: zoo dat hy goedvond hem tot dien einde aan de Koning voor te dragen, gelyk geschiede: die daar op order gaf om hem van Brussel te Parys te ontbieden.

Vander Meulen, die nu zag dat de Fortuin hem van veere toeknikte, brak met der woon van Brussel op en begas zig in dienst van den Koning die hem jaarlyks toeley 2000 kroonen, en een vrye woning in Gobelins. Daar en boven betaalde hem de Koning zyne onkosten, wanneer hy het Leger volgde. Hy is van de meeste Conquêtes, of veroveringen der Steden, en andere byzondere voorvallen ooggetuige geweest, en heeft dus gelegentheid gehad; om dezelve naaukeurig, zoo wel de Steden met hare bolwerken, als de beschansingen daar tegens, met de gantsche toerustinge, en het aankleven van dien, in tafereelen te vertoonen. Deze stukken cieren nu nog het Paleis van Marly en den opgang in het Kasteel te Versailles. Hy heeft ook de eer gehad dat Koning Lowys de XIV heeft voor Gevader gestaan over een van zyne Dochters.

[p. 331]origineel

Onderwyle kwam zyn eerste Huisvrouw te sterven. Straks maakte een Nigt van C. le Brun toeleg om die plaats te vullen, en wist het zoo fyn en listig door voorstellingen van de Brun als anderen, by hem te doen, dat vander Meulen geen uitvlugt bedenken konde om dien toeleg te ontgaan, zonder den haat van de Brun (dien hy vreesde) op zyn hals te halen. Des bewilligde hy (hoe noode) tot een tweede Huwlyk, om zig door dit verbant te vaster in de gunst van de Brun, die 't oor van den Koning had, te wikkelen. Dog deze nieuwe Vrouw (gelyk het gemeenlyk zoo gebeurt) wist zig by tyds van haar gelukkig lot te bedienen, en haar zelf te verryken by zyn leven; want van wat kostelykheid zy 's nachts droomde, die moest zy by daag hebben.

Hy is gestorven te Gobelins in 't jaar 1690, in den ouderdom van 65 jaren en begraven in de Kerk van St. Hipoplite.

Hy had een Broeder Peeter vander Meulen genaamt die een braaf Beeldsnyder was. Deze ging in 't jaar 1670 met zyn Vrouw in Engeland wonen, daar Peeter van Bloemen en Laresilliere hem kort volgden.

Zyn Beeltenis gaat uit in zwarte Konst, van Laresilliere geschildert, en van Bekket geschraapt.

In 't Cabinet des singularitez d'Architecture, Peinture, Sculpture, & Graveure &c. par Florent le Comte &c. I. D. pag. 63. staat een Catalogue of Lyst, van de Conquêtes, of veroveringen des Konings van Vrankryk, en andere Konststukken, welke hy in des zelfs dienst zynde gemaakt heeft, en welke ook in plaat gebragt zyn, door J. Hughtenburg, R. de Hooge, Nicol. Bernart, N. Cochin, Ch. Simonneau, Fr. Ertinger &c.