De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Gabriel Metzu]

Nevens hem verschynt ten Toneel de vermaarde Moderne gezelschapschilder GABRIEL METZU. Het is ons leet dat wy zoo weinig in opzigt van zyne levenswyze weten te zeggen. Want al wat wy daar van weten, is dat hy tot

[p. t.o. 40]origineel



illustratie

[p. 41]origineel

Leiden is geboren in 't jaar 1615. Meer hebben wy niet konnen opspeuren, waarom wy hem by zyn tydgenoot hebben geplaatst: daar zyne Beeltenis zig in de Plaat B 4. nevens G. Terburg doet zien.

De Konstlievende Heer Jan de Wolf heeft een Konststuk van Metzu gehad, en wel het grootste en woeligste dat ik ooit van hem gezien heb, verbeeldende een Kraambezoek van Juffrouwen en Heeren. Dit stuk was zoo fraai van schikking, zoo geestig los en konstig geteekent, 't naakt zoo zagt smeltende, kragtig en helder, en de verscheiden stoffen en satynen, zoo dun geschildert, en natuurlyk geplooit, dat het een lust was om aan te schouwen. Daar benevens was aan de byzondere wyze van staan en buiging der beelden, zoo als zy malkander bejegenen klaar te zien, wat elk zeggen wilde. Over zulks heb ik my altyd verwondert, dat gemelde Heer zig daar van kon ontdoen.

Thans is 'er in den Haag, in 't Kabinet van den Konstlievenden Heer Joh. van Schuilenburg, een Konststuk, meê in zyn besten tyd geschildert, verbeeldende een Juffrouw, die haar handen wastboven een zilvere lampetschotel, welke van een Dienstmeid word opgehouden, terwyl een Heer ter kamerdeur inkomende, zig voor haar buigt.

De Konstminnende Heer Hieron. Tonneman heeft een kleen stukje, maar op 't allerkonstigst geschildert en geteekent, verbeeldende een Vrouwtje dat de luit stelt. Het Vrouwe troonetje, behalve dat het een schoon leven is, is ook schoon, dun, uitvoerig en kragtig geschildert: dus ook de hantjes, die, al hadze van Dyk geschildert, niet konstiger konden wezen. Het Fluweele jak-

[p. 42]origineel

je gevoerd met wit bont, 't satyne rokje, het mans beeld, de hond, en verder stilleven dat zig daar by vertoont, is elk naar zyn aart trots de natuur uitgewerkt.

Veeltyds heeft hy ook geschildert een Vrouwtje dat uitstalt, met Groente, Fruit, Vis, Vogels, of viervoetig wilt, en een Dienstmaagt die te markt komt. Onder deze soort van stukjes, welke doorgaans niet groot zyn, vint men 'er die zoo natuurlyk uitvoerig en konstig naar 't leven gevolgt zyn, dat het een lust is om te zien: of ook wel een ingezigt tot eenig schildervertrek of teekenschool, voor aan met pleisterbeeltjes, schildergereedschappen, losse printen, konstboeken, en wat verder onder het stilleven getelt word by een geschikt, 't geen hy alles naar 't leven schilderde.

Hy was een Man van prysselyk gedrag, en stierf tot Amsterdam daer hy wel den meesten tyd van zyn leven gewoont heeft. Hy werd van den steen gesneden, op de middag van zyn leven 1658 oud 43Jaar.