De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Johannes Spilberg]

JOHANNES SPILBERG is geboren te Dusseldorp in 't jaar 1619, op den 30sten van Grasmaand.

Zyn Vader was een konstig schilder in Olyverf en op Glas, en is vele jaren in dienst geweest van zyn Doorluchtigheid Hertog Jan Vorst van Gulik en Berg. Naderhand by den Hertog Wolfgang Wilhem, en Raadsverwanter der Stad Dusseldorp. Zyn Oom Grabriel Spilberg was schilder van den Koning van Spanjen.

Na dat hy zig in de Latynsche en andere talen had geoeffent, begaf hy zig tot de penceelkonst, waar in hy door zyn vernuft en vlyt zoodanig vorderde, dat de Hertog Wolfgang Wilhem

[p. 43]origineel

daar groot behagen in nam; en willende hem dienst bewyzen, een brief schreef met eigen hand aan Rubbens (voor wiens konst hy groote agting had) waar in hy hem de zorg over den Jongeling aan beval. En hy zont hem met den zelven naar Antwerpen: maar hy hoorde, op weg zynde, dat Rubbens overleden was. Des wende hy zyn reis naar Amsterdam, en tot den berugten Govert Flink, onder wien hy zeven jaren agter èen de Konst geoeffent heeft, makende onder opzigt van zyn meester verscheiden brave stukken zoo Historien als Pourtretten, waar door hy naam kreeg en reden vond om daar te blyven wonen, daar hy zig ook in Huwlyk begaf met Maria Fis, in 't jaar 1694 op den 20 van Hooimaand, by welke hy 2 Zoons en 3 Dochters gehad heeft.

In dien tyd werden de Borgermeesters van Amsterdam voornemens een groot stuk, en daar in een bende Schutters, waar van de Borgermeester vander Pol hopman was, te laten schilderen. Hier toe werden verscheiden meesters uitgekeurt om een model daar van te maken. Onze schilder was ook een van hun, dog zyn model beviel hun zoo wel, dat zy hem dit werk aan bestelden, 't welk hy met roem volbragt, waar om hy ook boven zyn bedongen loon, nog een present kreeg. Dit stuk is thans nog te zien tot Amsterdam in den Doele, op de Singel.

Zoo haast zyn roem zig verspreide werd hy van Hertog Wolfgang Wilhem tot Hofschilder beroepen. Daar gekomen, schilderde hy het pourtret van den Vorst, zyn gemalin Katarina Charlotte Hartogin van Zweybruggen de Paltsgraaf Filip Wilhem, zyn gemalin, de Dochter des Konings van Polen en, andere groote van 't Hof, met

[p. 44]origineel

veel genoegen; zulks hem ook van de Vorsten goude Medaljes, en andere geschenken, als ook hun genegentheid geoffert wierden.

Ter zelver tyd werd hy van den Vorst, met den Veltmarschalk naar Keulen gezonden, om de beeltenis der Freele van Furstenberg te malen, daar hy een groot geschenk voor kreeg.

Na de dood van den Vorst trok hy met 'er woon naar Amsterdam. Maar 't leed niet lang of de Paltsgraaf Filip Wilhem kwam in des overledens plaats, en beriep hem tot zyn Hofschilder.

Daar gekomen heeft hy den Vorst en zyn Gemalin, andermaal ook de Princen en Princessen verscheiden malen geschildert, inzonderheid de oudste Dochter voor den Keizer, die ook met de zelve trouwde. Ook schilderde hy in dien tyd den Keurvorst van Brandenburg, die zulk bevallen daar in had, dat hy hem verzogt aan zyn Hof te komen, maar hy weigerde zulks.

Hy heeft ook in dienst zynde van den Vorst verscheiden Altaarstukken geschildert, te Dusseldorp te zien by de Kruisbroeders, en te Benraet, op 't slot te Amsfort.

Toen de Keurvorst uit zyn land naar Polen vertrok, maakte onze schilder zyn begonnen stukken af, en vertrok weder met Vrouw en Kinderen naar Amsterdam.

Eenige jaren daar na werd de Keurprins van de Palts Johan Wilhem in bestuur gezet. Deze ontboot straks onzen Spilberg, voor wien hy van jongs af veel genegenheid had. Voor deze heeft hy verscheiden Historystukken, als ook een groot Altaarstuk geschildert, 't geen te Roermont in de Kerk geplaatst is. Ook heeft hy het gansche levensbedryf van Hercules ruim levensgrootte

[p. 45]origineel

konstig geschildert, te zien op 't slot te Dusseldorp.

Dit Konstwerk voltooit, gelaste hem de Vorst het leven van Christus in 't groot te schilderen: maar de nydige dood zyn roem niet langer konnende dulden, sleepte hem (verscheiden stukken al voltooit zynde) in zyn twee- en- zeventigste jaar in 't graf, op den 10 van Oegstmaand, in 't jaar 1690.

Hy had een Dochter Adriana genaamt, geboren tot Amsterdam op den 5den van Wintermaand 1650. Deze heeft hy, ziende dat zy van natuur tot de Konst genegen was, van jongs af aan in de teeken- en schilderkonst onderwezen. Zy teekende konstig in Postil, of met Krion naar 't leven, ook uitvoerig in Olyverf, en heeft veel roem daar door verkregen. Deze liet hy tot Amsterdam by zyn Vrouw, als hy de laatstemaal naar 't Paltsisch Hof vertrok, daar hy zyn huishouwen wilde houden, en af en aan reizende zyn zaken voor den Vorst verrigten.

De Keurvorstin, als zy met roem van zyn Dochters Konst hoorde spreken, vergde hem die te ontbieden; dog alzoo die niet van haar Moeder wilde gaan, die zy byzonder lief had, gelaste de Vorst hem naar Amsterdam te gaan, zyn huishouwen daar op te breken, en met Vrouw en Kinderen aan 't Hof te komen wonen, aanbiedende niet alleen de reiskosten te vergoeden, maar gaf hem ook een goude Medalje meê, ten present voor zyn Dochter; om haar aan te lokken, en van zyn gunst te verzekeren. Dit was in 't jaar 1681.