De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Johan Visscher]

Hier nevens verschynt

JOHAN VISSCHER, niet om dat hy een Konstig Plaatëtzer was, en veel beroemde Printen, na schilderyen en teekeningen van Philip Wouwerman en Nicolaas Berchem gemaakt, ten dienst van de printliefdigen heeft in plaat gebragt: maar om dat zyn Konstlust hem in den ouderdom van 56 jaren dreef tot het penceel, en zig begaf onder opzigt van den Konstschilder Michiel Carée (geneigt tot het verbeelden van Osjes, Koetjes, Schaapjes, enz.) de Schilderkonst te leeren, met wel zoo veel yver als men van ymant die in 't prilste van zyn lentejeugt is, zou wagten; want gemelde Carée heeft my betuigt, dat hy hem dikwils 's morgens ten vyf uuren opklopte; en niet van zyn Ezel opstont, voor dat hem den avondstont het zien belette, en dan zyn lust, en yver tot de penceeloeffening nog onverzadigt bleef. Waar door hy ook in korten tyd zyn meesters handeling wist na te bootsen.

Hy was een Amsterdammer van geboorte, maar 't jaar van zyn geboorte (om hem behoorlyk te plaatsen) heb ik niet konnen te weten komen, als uit zeker geval, ter tyd dat de Aardbeving in den jare 1692 op den 18 van Herfstmaand, naarmiddags ten drie uuren, geheel Nederland deed schudden. Nu was Visscher, als ik even gezegt heb 56 jaren oud als hy aan de penceelkonst kwam, en had niet lang 'er

[p. 77]origineel

aan geweest, wanneer zulks voorviel. Waar uit licht te rekenen is, dat hy, om en omtrent den jare 1636 moet geboren wezen.

Carée zat op de benedekamer, Visscher boven zyn hoofd yverig te schilderen, wanneer het een en ander huisraad dat op den zolder stond zig begon van d' een tot d' ander plaats te bewegen, en zoo groot gestommel te maken, dat Carée met een luide stem riep, Visscher! Visscher! wat maakje voor gestommel boven myn hoofd? die tot antwoord kreeg: ik maak geen gestommel; maar de Bierstelling (dit was een schraag op rollen) rolt, zonder dat ymant die aanroerd, van d'een tot d' ander kant over de zolder.

Op deze passen wy de spreuk van Antisthenes 't Is beter dat men tot het leeren spade komt, dan nimmermeer.

Onze Johan Visscher heeft twee Broeders gehad. Kornelis en Lambert, die ouder waren als hy, en beide groote Konstenaars in 't plaatsnyden, waar van de laatste in Italien, daar hy ook gestorven is, verwonderlyke proefstukken heeft doen zien, gelyk de eerste in Nederland, daar benevens had Kornelis een wyze van teekenen met swart kryt, naar 't leven, die onverbeterlyk is, zodanig dat zoo ik een wyze van teekenen onder alle uitkeuren moest ten voorbeeld van de schilderjeugt, ik zoude geen bekwamer konnen bedenken, om de vlakke dagingen, breede klare schaduwen, en vaste toetsen, met groot vestand en gemakkelyk behandeld, daar uit af te zien. Wel 't meeste gedeelte van gemelde Teekenkonst berust in 't Kabinet van den Konstlievenden Heere Jero. Tonneman, tot Amsterdam.

[p. 78]origineel

Volgt zyn Stad en Konstgenoot JAKOB vanden BOSCH, geboren 1636. deze schilderde heel natuurlyk allerhande soort van smakelyk zomerooft, dat de snoeplustige doet watertanden. Stierf 1676.