De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Joan vander Heyden]

JOAN vander HEYDEN, die nu zyn beurt krygt, is geboren te Gorkom, in 't jaar 1637. Deze heeft de beginzelen van de Konst geleert by een Glasschryver, maar zyn vernuft, zugt en uitstekende vlyt, hebben hem tot een groot meester gemaakt. Zyne genegenheid strekte tot het Schilderen van oude- en nieuwtydze gebouwen, gezichten van oude Kasteelen, Kerken, Tempels met de bystaande gebouwen, ook dorp-

[p. 81]origineel

buurten met hunne boomgaarden en dreven, ook Heerenhuizen, enz. zoo als dezelve zig in 't leven vertoonen; want hy gewoon was, alles naar 't leven af te teekenen, om het naderhand op paneel te brengen, 't welk hy dan zoodanig uitvoerig bewerkte, dat zyns gelyk in uitvoerig schilderen, maar zelden gezien is: want hy schilderde ider steentje in de gebouwen, zoo wel die op den voorgrond stonden, als die hy in afstand vertoonde, zelf zoo, datmen de kalk tusschen de groeven der zelve duidelyk kon zien; en wel zoo dat het geen hinder aan het werk deed, of eenige hardigheid veroorzaakte, wanneer men de stukken met een generaal oog in wat afstant beschoude. Daar by nam hy ook de vermindering der steenen, naar mate van de verkleining der gebouwen in agt. Waar omtrent men nu nog gelooft, dat hy een byzondere konstgreep, of middel heeft uitgevonden gehad, om dat het aan allen die het gebruik van 't penceel kennen, onmogelyk schynt dat het op de gewone wyze van schilderen geschieden kan. Dog het zy daar meê zoo 't wil, 't is pryslyk en verwonderlyk.

Verscheiden afteekeningen heeft hy gemaakt van het Amsterdamse Raadhuis, die hy naderhand heeft geschildert, sommige van het Water aan te zien, andere weêr van de Kalverstraat, te gelyk met de Waag, en de Nieuwe Kerk: voorts het gewoel der menschen op den Dam, zoo als die gewoonlyk t'samen rotten, om handel te dryven. Dog daar toe heeft hy den dienst van Adriaan van den Velde gebruikt, gelyk ook in de meeste van zyne andere stukken tot den jare 1671 wanneer gemelde vanden Velde stierf. Dog 't was of 't wezen wilde; want hy den zelven na dien tyd

[p. 82]origineel

zoo veel niet noodig had: wyl zyne uitvindinge van de Slangbrandspuyten dienstig geoordeelt zynde, hy van dien tyd af in dienst van de Stad wierd aangenomen; 't geen hem egter zoo naauw niet bezet hield, of hy konde somwyle nog al een Konststukje tot zyn vermaak schilderen. Overzulks zyn zyne meeste en voorname werken gemaakt, tusschen de jaren 1660 en 70. binnen welken tyd ook van hem geschildert zyn de Beurs van Amsterdam, en van Londen, met het Monument; als ook zeker gezigt te Keulen, genaamt de Berg Kalvaria, nevens het Klooster, en de daar bystaande gebouwen en huizen. Gelyk ook andere meer, te veel om te noemen.

Daar benevens heeft hy ook verscheiden stukken met stilstaande levens (gelyk men dat noemt) geschildert, onder andere een, (om zyne verwonderlyke uitvoerigheid aan te wyzen) waar in een opgeslagen Bybel lag, de groote als de palm van een hand; waar in egter 't schrift duidelyk kon gelezen worden.

Eindelyk is hy (naar hy de Konstlievenden voldoeningen gegeven, en de Stad veel dienst met de uitvindinge der Slangbrandspuiten, gedaan had, van zyn arbeid gaan rusten, op den 28 van Herfstmaand 1712, in den ouderdom van 75 jaren.