De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 172]origineel

[Eglon vander Neer]

EGLON vander NEER, Raad, en Kabinetschilder van zyn Keurvorstelyke Doorluchtigheid Johan Wilhelm, is geboren tot Amsterdam in 't jaar 1643. Hy was de zoon van Aernout anders Aart vander Neer, die in zyn lentejaaren is geweest Majoor by de Heeren van Arkel. Onderwyl zig oeffenende in de Konst, begaf hy zig naderhand, wanneer hy tot Amsterdam kwam wonen, geheel daar toe, en is berugt geworden door 't schilderen van uitvoerige Landschapjes, inzonderheid maanluchten.

Eglon, die in zyn Jeugt aanleiding tot de Konst vont by zyn vader, kreeg genegenheid tot het schilderen van beelden. Des werd hy besteld tot Amsterdam by den braven Konstschilder Jakob van Loo, uitmuntende in 't schilderen van naakte beelden, inzonderheid vrouwtjes.

De Konstlievende Heer Nicolaas van Suchtelen, Borgermeester tot Hooren, heeft een groot stuk van hem gehad, verbeeldende het Bad van *Calisto, 't geen Konstig geteekent en geschildert was. Ook heb ik een Luitspeelster van hem gezien die heel de handeling van Jan Lis geleek, beide gejaarmerkt 1657.

Onze vander Neer zo veer gekomen dat hy op eigen wieken kon dryven, vertrok naar Vrankryk, om zyn Konst te oeffenen, en werd met zyn twin-

[p. 173]origineel

tigste jaar Schilder van den Graaf van Dona, toen Gouverneur in Oranje, in wiens dienst hy 3 of 4 jaren bleef, wanneer hy weder in Holland kwam, en trouwde met Maria Wagensvelt tot Rotterdam, wier vader geheimschryver was van de Rechtbank van Schieland, daar hy een goede som geldsmeê behuwlykte, dog een groot deel daar van verkwiste met pleiten. Advocaten (zeit Pater Abraham in zyn Boekje van de Ambagten) zyn als een wagen die altyd dient gesmeert te worden.

By deze vrouw kreeg hy 16 kinderen, van welke maar twee of drie de Schilderkonst geoeffent hebben.

Naa de dood van deze Vrouw, in Braband zynde om zyn Konst te oeffenen, kwam hy kennis te krygen aan een Schilderes, de Dochter van den berugten Konstschilder Du Chattel, die hy trouwde. Deze Juffrouw Du Chattel stak uit in 't schilderen van kleene pourtretjes in Miniatuur.

Deze, na dat hy 9 kinderen by haar verwekt had, is tot Brussel gestorven.

Naa het verloopen van vyf jaren is hy te Dusseldorp voor de derdemaal getrouwt met Adriana Spilberg, Dochter van Johannes Spilberg, Hofschilder van Johan Willem Keurvorst van de Palts, en Weduwe van den Konstschilder Willem Breekvelt, na dat zy 11 jaren Weduwe was geweest, in Wintermaant van 't jaar 1697. Dog hy leefde maar 6 jaren na zyn trouwdag met haar: want hy overleed te Dusseldorp in 't jaar 1703 op den derden van Bloeimaand, en werd met een aanzienlyke rouwstacie ten grave geleit.

Zyn Weduw bleef in dienst van 't Hof tot het

[p. 174]origineel

uiteinde van des Keurvorsten leven. Thans houd zy zig nog bezig in 't oeffenen van de Konst.

Wat nu de Konst van onzen vander Neer aanbelangt, de zelve verdient datze geprezen word. Hy was een braaf pourtretschilder zoo in levensgrootte als in 't kleyn. Onder zyn afbeeldingen word inzonderheid geroemt het pourtret van de Princes van Nieuburg, 't geen hy door ordre des Konings van Spanje geschildert heeft, 't geen hem zoo wel beviel dat hy hem daar voor niet alleen rykelyk beloonde maar hem ook den tytel van zyn Hofschilder gaf. Dog hy heeft nooit in Spanje geweest, maar zig aan 't Hof des Keurvorsts van de Palts gehouden, daar hy verscheide uitvoerige Kabinetstukjes geschildert heeft, en dat ('t geen te verwonderen is) zonder verval in de Konst, en in de zelve uitvoerigheid als voor heen, tot zyn zeventigste jaar toe.

Hy schilderde ook veeltyds gezelschapjes op de Moderne wys gekleed als Terburg, somwyl ook wat anders, aangezien hy tot verandering geneigt was.

Als hy in Braband woonde begaf hy zig tot het schilderen van Landschappen en Kruiden, daar hy gelegenheid toe vont; want hy woonde te Brussel in de Cellebroersstraat, daar agter zyn huis een groote woeste hof was, die zig tot tegens den wal van de Steenpoort uitstrekte, waar in hy allerhande wilde kruiden zelfs aankweekte, die hy gebruikte om naar te schilderen, tot welk einde hy een klein huisken, 't geen hy alzins konde verplaatsen waar hy wilde, had laten maken, waar hy in kon zitten schilderen dicht by de voorwerpen. 'tAmsterdam by den Konstlievenden David Amori heb ik een redelyk groot stuk van hem

[p. 175]origineel

gezien, waarin Ceres verbeeld stond zoekende mee een brandende Fakkel door rotsen en spelonken naar haar geschaakte Dochter *Proserpina. Dit Tafereel is wonderlyk uitvoerig geschildert, inzonderheid de Distels, Kruitjes, en stam van een Boom omwoelt met klim, dog om der zelver uitvoerigheid wat scherp. Hy heeft de eer dat Adriaan vander Werf, de Rotterdamschen Fenix in de Konst zyn Leerling geweest is.

Hy was in zyn doen byzonder naerstig, en zyn vernuft altyd werkende, zogt hy steets naar schoone en vaste verwen, daar hy byzonder opgestelt was: maar moe van langer te zoeken zey hy tegen zyn Leerling even gemelt, Zoek niet naar verwen; daar zyn 'er thans genoeg, die goet zyn, leer die maar wel gebruiken. Welke les hy wel tot zyn geluk betracht heeft.