De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Godfrid Schalken]

GODFRID of GODEFRIDUS SCHALKEN is geboren te Dordrecht, daar zyn vader Rector der Latynsche Schoole was, in 't jaar 1643.

De genegenheid tot de Konst deed hem de oeffening der talen, schoon hy daar in veer gevordert was, vaar wel zeggen. Hy begaf zig eerst ter onderwyzinge van S. van Hoogstraaten, naderhand van Gerard Dou, welkers behandeling hy vry wel heeft weten na te bootsen, als nog te zien is aan een zyner Konststukken 't geen in 't Kabinet van

[p. 176]origineel

den Heere Joh: van Schuilenburg hangt verbeeldende zeker Spel dat de Jonge luiden te Dordrecht in dien tyd gewoon waren te spelen, wanneer zy met malkander om vrolyk te wezen in gezelschap kwamen, genoemt, Vrouwtje kom ten Hoof. Waar in hy zig zelf verbeeld heeft, zittende ontkleed tot zyn hemd en onderbroek aan den schoot van een Juffrouw. De andere beeltjes zyn meê pourtretten, en waren in dien tyd van elk bekent. Over het tapytkleed zeitmen dat hy een maand geschildert heeft, naderhand zetten hy zig tot het schilderen van pourtretten, waar van 'er nog een goet getal te Dordrecht onder de geachtste geslachten te zien zyn. Onder welk getal uitmunt de Beeltenis van Mevrouw Snoek, verbeeld als een veltnimf die onder den lommer van 't geboomte leit te rusten, thans nog te zien te Dordrecht by haar Zoon den Heer Adr. Snoek.

Hier door geraakte hy van tyd tot tyd tot een aangenamer en luchtvaardiger wyze van schilderen, manier die hem niet minder als zyn vorige voordeel gaf, inzonderheid toen de Engelanders daar op verslingert zynde, hem in hun land lokten, daar hy verscheiden jaren gewoont en veel geld vergaart heeft, tot dat hy zig eindelyk in den Haag neerzette, daar hy ook gestorven is op den 16 van Slachtmaand 1706. out 63 jaren.

Hy is een der gelukkigste Nederlandsche Schilders geweest; aangezien zyne penceelkonst van den beginne af aan tot het einde van zyn leven rykelyk betaald wierd, zoo dat hy de vruchten van zyn arbeyd by zyn leven gemaait heeft, dat zeer weinigen gebeurt.

Inzonderheid maakten hem berucht zyne kaars-

[p. t.o. 176]origineel



illustratie

[p. 177]origineel

lichten, die hy ook zoo natuurlyk en kragtig wist te schilderen, dat ik niet weet, dat iemant hem daar in gelyk geweest is. My gedenkt, dat ik van hem gezien heb een stuk met vyf of zes beelden, (dat maar zelden gebeurde) verbeeldende Petrus, daar hy van de dienstmaagt des Hoogenpriesters word aan boort geklampt, staande zig te warmen by de soldaten. De stoutheid van de Dienstmaagt, die hem met een kaars onder d'oogen licht, en de bedeestheid en verlegenheid van Petrus, waren klaar in de wezens trekken te bespeuren. Daarenboven waren de beelden vast geteekent, en elk deel had zyn behoorlyke maatschikkelykheid tot het geheel, daar hy anders zig wel eens in vergiste. Ook deed hy dikwils zyne beelden door kaars en daglicht dagen, of ook wel een kleedje door de Zon bestralen, op dat het naakt door dien helderen weerglans des te aangenamer zig vertoonen zoude, 't geen hy zoo konstig wist na te bootsen, dat het elks oogen vleide en bekoorde.

Zyn Beeltenis hebben wy geplaatst in de Plaat G.17.

Zoo wy naar het voorbeeld van Du Pilés een vergelyking maakten tusschen des eenen en des anders Konst, wy zouden reden vinden, om onzen Schalken, ten opzicht van zyn vleyend penceel, konstige vermenging zyner verwen, in zyn naakt, en natuurlyke nabootsing der Fluweelen en andere Stoffen, te plaatsen by den Ridder vander Werf; dog in opzigt van teekenen, zou ik hem zyn voetbank toe wyzen.

Gemelde Du Pilés heeft met dat zelve inzicht, tusschen de grootste Italiaanse, Franse, en Nederlantse Konstschilders, een balans gemaakt, en op een lyst gesteld, wie in 't stuk van Ordonnantie, van Teekenen, Coloreren, en in 't verbeelden der ge-

[p. 178]origineel

moetsdriften, evenwigtig met malkander bevonden wierden. Indien ik dit ook ondernam te doen van myne, zoo nog levende, als overleden Konstgenooten, het zou al meê nut geven: maar daar zyn thans stierluiden aan land, die, schoon ik in zee stak en zulks ondernam, het dog wanen zouden beter te weten, en dus zou het dwaasheid zyn, my in gevaar te stellen, om iets te doen, daar geen dank van te wagten is.

Door niemant van de Konstschilders is 'er tot nu toe een Tafereel gemaakt, dat in allen deelen, en in 't geheel, ten uitersten volmaakt is: en de oorzaak daar van (gelyk wy voorbenen al meer gezeit hebben) is deze: dat nooit iemant alle de byzondere bekwaamheden, welke vereist worden, om zulks te verrigten, teffens bezeten heeft: want even gelyk het schoon in vele voorwerpen verspreit is, zoo is ook de volmaakte Konst altyd in de verscheiden bewerkers verdeelt geweest: zoo dat, die zig het teekenen boven anderen verstonden, weer op de Natuurlyke en Schoone Coloreringe niet afgerecht waren: of die 't beide verstonden, weer geen volkomen begrip hadden van 't licht en bruin, of de koppeling der beelden, of de gemoetsleidingen in haaren natuurlyken aart in de roeringen der beelden, en vaste trekken in der menschen wezens, af te beelden. Du Pilés, heeft in zyn Boek dat hy noemt: Cours de peinture, par Principes Composé enz, een Balans gemaakt, tusschen de berugtste Konstschilders. De vinding is geestig. Wy willen den Lezer een kleine schets daar van geven.

Hy stelt 20 trappen, tot de volmaaktheid van de Konst, en maakt 5 opgaande linien, tusschen welke hy 4 Cyffergetallen afperkt, agter elken schilders naam; om door een korten weg aan te dui-

[p. 179]origineel

den, in wat deel der Konst, d'een met den anderen gelyk staat, of verschilt: en schryft boven elke Colom der Cyffergetallen vervolgens aldus:

  Composition Dessein Colorit Expression
Rafael 17 18 12 18
Rubbens 18 13 17 17
Titiaan 12 15 18 6
Rembr. 15 6 17 12
van Dyk 15 10 17 13
Pousyn 15 17 6 15

Rafael staat op de streep van Samenschikking, of Ordonnantie, op den 17 trap; om zyn Teekenkonst, op den 18 den; om zyn Coloryt, op den 12den; en om zyne Natuurlyke uitdrukkingen der Gemoetsdriften, op den 18den trap.

Rubbens staat op den post van d'Ordonnantie, een trap hooger als Rafael; op den post van Teekenen, 5 trappen lager; op den post van Coloreren, 5 trappen hooger; en op den post van d'uitdrukking der Gemoetsdriften, maar een tree lager.

Titiaan staat ten opzicht van zyn Coloreren 6 trappen boven Rafael. Rembrant en van Dyk, 5 trappen.