De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Horatius Paulyn]

Wat landsman HORATIUS PAULYN was, weet ik niet, maar hy heeft altyd in Holland, inzonderheid tot Amsterdam, zig onthouden. Hy was naar 't scheen een man, die de godvrugt beminde, maar schilderde somwyl voorwerpen, die nergens minder dan daar na geleken. Joh. Voorhout heeft my verhaald, dat hy 'er eens een kleen stukje van gezien heeft, dat zoo vuil en ydel in zyn vertooning was, dat hy zig van wegen den maker schaamde; maar 't was kragtig en uitvoerig geschildert. De Konsthandelaar Gerard Uilenborg, had een stukje van hem, dat hy wel op 200 Ducatons waardeerde.

Horatius vertrok onder het gezelschap van Jan Rote (die van een optogt naar 't Heilig Land maalde) meê, eerst naar Engeland, en van daar naar Hamborg, om aanhang te werven. Maar zulks liep niet al te breed voor wind, door dien zy nu en dan tegenstrevers ontmoetten, en ook van hun kisten, opgevult met Stamvanen en Standaarden, waar mede zy het Heilige Land zouden intrekken,

[p. 187]origineel

berooft wierden. Trouwens daar was niet veel aan verloren, aangezien de Leidsman van die Heilige legerbende, onderwege zynde, bevond dat hy zig in de uitcyfferinge der Prophetische tydrekeninge, hondert jaren vergist had. Dus elk met hangende wieken weder naar zyn oude hok keerde. Ik heb in myn tyd een Bakkers Vrouw gekent, die zilver, goud, en gereed geld, zoo veel zy had konnen by een schrapen, had opgepakt, en stil van haar man, met dit godvrugtig gezelschap was meê gefokt, dog kaal en berooit weder naar huis was gekeert, daar zy zoo heel wellekom niet was. Waar Horatius vervaren is, heeft men sedert niet gehoord.

Ook heeft dezelve Voorhout my verhaald: dat hy om dezen tyd tot Hamborg gekent heeft eenen Bellevois, een braaf Zee- en stilwaterschilder. Dat hy ook te Hamborg kennis gehad heeft, aan Mathias Scheits. Deze was een Hamborger van geboorte, dog had te Haarlem by Philips Wouwerman de Konst geleerd, welke wyze van verkiezingen hy eenige jaren aangehouden heeft, dog naderhand op 't schilderen van Boere gezelschapjes, (waar in hy de handeling van D. Teniers gevolgt heeft) viel, en eindelyk, toen gemelde Voorhout kennis aan hem had, zig tot het schilderen van Historien had begeven. Hoe veer hy in de Historiekunde, en Teekenkonst gevordert was, blykt aan de printverbeeldingen van 't Oude, en Nieuwe Testament, die in koper gesneden, op zyn naam in druk gaan.

 

De spreuk van den Redenaar Antisthenes, dat men nooit te oud is om te leeren; en dat de school leerlingen aanneemt van allerleyen ouderdom, is bekent.