De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 210]origineel

[Albert Meyering]

Een langen levensloop heeft het tydlot vergunt aan zynen tyd- en Konstgenoot ALBERT MEYERING. Deze geboren t'Amsterdam, in den jare 1645, leefde tot den jare 1714. den 17 July, zynde omtrent den tyd van zeventig jaren, die hy wel meest ten dienst van de Konst heeft doorgebragt; want hy al vroeg tot de penceeloeffening geleid werd, doordien zyn Vader Frederik en zyn Broeder Henrik Meyering de Konst meê hanteerden, dog zig omtrent geringer voorwerpen, te weten meest kamerschutten te schilderen, bezig hielden; en ook koopmanschap daar meê dreven.

Albert van leerzucht gedreven, heeft 10 jaren zoo in Vrankryk als in Italie doorgebragt, daar hy zig naar fraaije voorbeelden oeffende, met zynen reisgezel Johannes Glauber. Hy had zig een vaardige wyze van schilderen aangewent, die hem voordeelig was, in 't schilderen van groote werken, in zalen en kamers. Tusschen beide schilderde hy allerhande soorten van Landschappen, inzonderheid cierlyke gezigten van Vorstelyke Lusthuizen en Belvideren, die met hunne lommerige boomen een aangename spiegelinge in 't water maakten.