De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Hubert van Ravestein]

Hem volgt HUBERT van RAVESTEIN, geboren te Dordrecht. Deze schilderde gemeenlyk schaapstalletjes, en een boeremeit die een ketel of iets anders staat te schuuren, of met een boereknaap te praten; of ook wel de vertooning van den slagtyd, door een verken dat op de leer hangt, en jongens die met de blaas spe-

[p. 216]origineel

len. Van diergelyk vermogen in de Konst was ook REYNIER en ISREL COVYN, Brabanders; d'eerste schilderde gemeenlyk een tafeltje met allerhande soort van aart-vrugten, kool, pee, rapen, artiezokken, enz. en een dienstmeit met een eyerkorfje, of koper emmertje met geplukte vogelen aan den arm, of ook wel een juffertje dat zit te najen, of te speldewerken. d'Ander schilderde Historien, maar meest van 't Spaans Heidinnetje, uit het boek van Kats. Hoewel men zeit, dat hy in zyn jeugt een goed pourtret schilderde, maar dat hy tegens het spreekwoord, hoe ouder hoe wyzer, hoe ouder hoe onnoozeler in de Konst wierd. Hy was, als ik hem kende, d'oudste in 't schilders convent (want hy was daar al in geweest van den jare 1647) en ik heb hem verscheide jaren agter een, op St. Lucas dag, met een wyngaardrank, gevlogten tot een krans, op 't hoofd aan tafel zien pryken. Dat men als nog voor een gewoonte onderhout.