De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[David vander Plaas]

DAVID vander PLAAS, (wiens beeltenis in de Plaat I. 22. te zien is) geboren t'Amsterdam den 11 van Wintermaand 1647. heeft zig door 't schilderen van pourtretten, een beroemden naam gemaakt.

Hy had zig een zonderlinge wyze van schilderen aangewent, waar door zig de beeltenissen in een weinig afstant gestelt, byzonder kragtig en levendig vertoonden; aangezien hy de koleuren van 't naakt tegens malkander aangezet, van zelf liet smelten, zonder dezelve veel te verdryven, waar in

[p. 230]origineel

hy den beruchten Titiaan getragt heeft na te bootsen.

Onder een menigte pourtretten, die hy geschildert heeft, word getelt, dat van Kornelis Tromp, Luitenant Admiraal van Holland; waar van het gedenken bewaart word door dit volgende vaers van den Dichter L. Smids.

 
Hoe streeden alle puikpenceelen,
 
Te Athenen, om voor geld of gunst,
 
Vorst Theseus, op hun tafereelen,
 
Te schilderen met kracht en Kunst;
 
Parrhasius begon te maalen
 
Dat fier en deftig aangezicht;
 
Maar mogt de zege niet behaalen.
 
De diepsels zyn te teer en licht,
 
En hoog sels veel te zagt verheven,
 
En vrouwelyk door een gedreven.
 
 
 
Eufranors Theseus toont een moed
 
In alle trekken van zyn weezen;
 
Het heerlyk beeld heeft vleesch en bloed,
 
Gezwollen spieren, sterke peezen,
 
En oogen, die nog met hun blik
 
Door 't hart van zyn Athener dringen,
 
Het geesselen met angst en schrik,
 
En dwingen zoo zyn lof te zingen.
 
Parrhasius, zie, deeze wint.
 
't Zyne is een held, en 't uwe een kint.
 
 
 
Zoo zal uw' Tromp ook triomfeeren,
 
Doorluchte Schilder vander Plas,
 
En branden, die u durft braveeren
 
En tarten, met zyn glans tot ass.
[p. 231]origineel
 
Schynt nog dit beeld niet te ooreloogen?
 
Het bliksemt uit dat grootsch gelaat,
 
Op die gins afmaalt, onder 't poogen,
 
Een Hoveling, en geen Soldaat.
 
ô Geest! ô hand! ô kloeke verven!
 
Laat nooit uw braaven meester sterven.

Verscheiden agter een volgende jaren bragt hy ten dienste van den Boekverkoper Pieter Mortier door, met verbeteren, verteekenen of het nazien der proeven van de Bybelsche Tafereelen, waar aan hy heeft doen zien, dat hy de koppelingen van ligt en bruin, de houding, en 't welstandige, 't geen in plaatwerk vereist word, wel verstond. Dog hy leefde niet lang na de voltoojing van dit werk, moetende zig het sterven ('t lot van alle menschen) getroosten, op den 18 van Bloeimaand 1704.

Wie kan 't elk een van pas maken? men zag na zyn doot verscheiden Hekeldichten, door een der plaatetzers gerymt, alom zwerven.