De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Mathys Wulfraat]

Onder deeze was ook MATHYS WULFRAAT, geboren te Aarnhem, op Nieuwjaars nacht, tusschen 12 en 1 uur in 't jaar 1648. Zyn Vader herkomstig uit Duitsland, geoeffent in talen, en Geneeskunde, wilde ook zyn zoon tot dier gelyke oeffeningen hierom aankweken. Des bestelde hy hem in de Latynsche School. Hy die meer genegenheid had tot de Teekenkonst (schoon hy nooit de wyze van behandelinge daar van

[p. t.o. 248]origineel



illustratie

[p. 249]origineel

gezien had) behartigde het laatste, met verzuim of verwaarloozing van 't eerste, waarom hy ook met de plak gedreigt, en ook gestraft werd. Dog dit holp niet, want hy kogt stil voor zyn speelgeld Prenten, Teekeningen, en teekengereedschap om aan zyn lust te voldoen.

 
Het driftvuur aangedrongen,
 
Door neyging van natuur,
 
Word, als het blakend vuur,
 
Bezwaarelyk bedwongen.

'T geen hem nog te meer zyn drift styfde, en het vuur dede op wakkeren was, dat hy kennis kreeg aan Abraham Diepraam, (van wien wy gesprooken hebben) die zig te Aarnhem een tyd lang onthield. Deze des Jongelings drift, en teekeningen ziende, die zonder gronden van de Konst geleert te hebben, egter wel behandelt waren, toonde hem zyne geneigtheid, door 't aanwyzen van sommige algemeene Konstregelen. Van welken tyd af hy niet meer naar de Latynsche Schoole heen wilde, zoo dat zyn vader hem, die reeds drie schoolen doorgeworstelt was, eyndelyk (hoewel tegen zyn wil) moest zetten aan het leeren van de Konst en door voorspraak van zyne vrienden bestellen by gemelden Abraham Diepraam, die een braaf meester in de Konst was, en tot Aarnhem (daar nog wel de beste van zyne werken zyn) grooten opgang maakte.

Door des zelfs onderwys kwam hy in korten tyd zoo veer dat hem niet meer noodig was als zig voorts naar 't leven te oeffenen, waar by hy zig wel bevont.

[p. 250]origineel

Toen zette hy zig t' Amsterdam neer, waar ook veele van zyne penceelwerken onder de konstlievenden verspreit zyn Behalven vele Historystukken en Gezelschappen van Juffrouwen en Heeren heeft hy ook een meenigte van pourtretten in 't kleen geschildert, daar hy zig eenige jaren herwaart toe overgegeven heeft: inzonderheid in de jaren als hy zig te Frankfoort onthield, daar hy gelegenheid vont om vele Persoonen van aanzien, zoo buitenlanders als inboorlingen, te schilderen, zoo datmen hem onder de gelukkige Schilders tellen mag, en zoo veel te meer om dat hy een vergenoegder aart als anderen bezit; en door het regt gebruik der rede geleert heeft, alle rampen (gelyk 'er hem een niet zonder doots gevaar te Frankfoort aantrof) met een getroost gemoet te dragen, als komende van de hand des Heeren, wiens willekeur men zig zonder morren willig onderwerpen moet; om te konnen zeggen met den zededichter Kamphuizen:

 
'T is wel goedheids Fontein, 't is wel al wat gy doet.

De yver tot de Konst, schoon zyne jaren hoog geklommen zyn, blyft hem egter by, zoo dat hy zig nog dagelyks daar in oeffent, door welk doen hy ten spoor tot yver aan zyn Dochter (die reeds een grooten sprong in de Konst gedaan heeft) verstrekt, die wy op haar beurt, met verdienden roem bekranst, ten Toneel zullen brengen.

Zyn Beeltenis gevolgt naar 't geen hy zelf geschildert heeft, is te zien in de Plaat L. 25.

Hoe de Konstdrift zig vint gespoort, wanneer zy anderen met wyde stappen ziet voorgaan, is gebleeken in den konstigen Paarde- en Batalje Schilder