De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. (3 delen)


auteur: Arnold Houbraken


bron: Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. B.M. Israël Amsterdam, 1976 (3 delen, fotografische herdruk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 309]origineel

[Rochus van Veen]

ROCHUS van VEEN, zoon van Octavio van Veen, of, zoo anderen willen, de Broeders zoon, oeffende zig mede in de Schilderkonst, dog meest met Waterverf op papier of perkement. Deze had twee zonen, waar van de oudste maar de penceelkonst oeffende. Zy woonden in de Beverwyk, daar zy stil en gerust leefden, verlustigende zig alleen in die zoete bezigheden van allerhande gedierten en vogelen naar 't leven, in koleuren, af te schilderen, op de wyze van P. Holsteyn, dog uitvoeriger. In 't jaar 1706 werden tot Haarlem hunne nagelaten Teekeningen, Schilderyen, en Printkonst verkogt, na dat de laatste van dien Konststam ten grave gedaalt was.