[p. 38]
[fol. A1v]
[p. 39]
Diplomatische transcriptie van de handschriften
- [fol. A1v, So yemant waer belast, eerste versie]
-
- So yemant <waer> belast [-waer]/ om [-y] een
onderscheyd ende oordeel
- uyt te spreecken
- Uyt twee vaten/ wateren teffens geschept uyt eenen
- loopender beecken
- <<zulc> zoude hem billicken [-mit minder]
<niet zo zeer> hebben te bezwaren
- als wy rechters die van ons overheyt belast zyn
- rechtvaerdelic te verclaren
- wie van allen [-deze] <hier> [-de] bestdoenders
waren
- _______
- Oorzaecke elc heeft hem zo [-hee] wel ende
treffelicken
- gequeten
- de boucken overlopen deurlesen ondersocht de
- secreten
- de wercken ende daden zo <met> conste[-licken]
<bespoeyt niet mer> deurwrocht
- en mit levende bewysredenen [-gebo] <zo> gestelt
- gebonden verknocht [als Jmm]
- [-al J] als Jmmer meer wesen mocht
- _______
- Zo dat Jndien het waer mogelic redelic en
- behoorlic
- om niet [-beschuldicht] <licht> te [-hebben]
<zyn> van [-gewesen te] <wysdom bot en>
- [-hebben] doorlic
- wy [-zouden de] <zoudent als een [-als een onbeg*.*]> zaecke
[-b*li*cken] <onscheydelicke [-zae]> wient ooc zou [mocht+]<moghen>
spyten
- [-sellen] met [-Gneu] <[-de as*ien*enschen Proconsul]>
dolobella <[-die] dit ver> zeynden tot[t+]<d>en
- [-Atheenschen] Areopagyten
- om hen mit [-hoe] wysdom [-van desen] te
bevlyten
- _______
- Gneus Dolobella wesende Proconsul van
- Asyen quam te vooren
- zo vreemden geschil als men yewers oyt const hooren
- van een smyrmaensche vrou die hebbende van haren
- eersten man
- Een zoon Abcd genaemt zy het tweede huwelic
- nam [-aen] an
- mit Spellen dien zy eefge gewan
- _______
- [-zy groeyen tsamen] <de zoonen groe*i*en> op werden groot
comen tot manlicke perfectie
- mer gelyc [-der stie] gemeenlicken stief vaders ende
- moeders dragen [-cleyne*r*] affectie
- [-<zy> dragen] niet ten goeden mer ten quaden zodanige
kinderen
- die uyt tvoorbedde gesproten zyn zouckende haer schade
- ende in alles te hinderen
- en haer recht[-vaerdige] comende *g*oeden te minderen
[p. 40]
-
- [fol. A2r]
[p. 41]
-
- [fol. A2r]
- zo zochten Spelle de vader ende eefg. de zoon. bederf
- te bejaren [sic]
- den onnoselen Abc zweeren Jn zyn doot leggen hem
- lagen
- hy valter onwetende Jn zy smyten hem tsamen doot
- alleen <om> dat hy <terff> niet
meedeelen en zoude [-*..* smoeders]
- [-goet twelc was groot] van dien hy eerst quam uyten
schoot
- wesende ettelicke duysent sestertien groot
- _______
- O onversadelicke giericheyt waer toe beweecht
- gy smenschen harten
- wat brout gy al quaets wat tyranniger parten
- sticht en bout gy in tonversadelic gemoet
- en alsmen al becomt wat quellage dan tharte deur wroet
- gezwegen vande [-he] ziel verslinnende helsche
gloet
- _______
- [-Gramm] Letter de moeder die haer eerste kint hadde
- gewonnen by grammaer haren voorman heeft tschelmsche [-bedroch]
<verraet>
- ondervonnen
- ende Jn haer zelfs overleggende [-de *qua*licheyt
der zaecken] <zo Jn slapen als waecken>
- [ - ] de yslicheyt der zaecken
- begeeft haer geheel ter wraecken
- En vermoort man en zoon wert daer op gevangen voor
- Dolobella gestelt
- Zen wonder geen douxken om heeftet Rondelic bekent en
vertelt
- van begin totten eynde thooft mit alle de leden
- [-dat zy de moordenaers van haer kint]
- dat zy de geene die haer eygen kint moordadelic
- bestreden. had mogen doden mit recht of reden
- _______
- Den Proconsul <dolabella> de zaecken
overwickende aen beyden zyden
- vont hem crachtich van redenen bestryden
- wist niet om Jn de [-hooch] <zwaer>
wichticheyt der zaecken te enden
- tcryem verdiende dootstraf/ <daer hem> smoers
natuyrlicke treck*in*gen weer af wenden
- vont de zaec goet totten Areopagyten te versenden
- _______
- Tcrym was gewislic groot man en kint te vermoorden
- Tes scrickelick in de ooren van al die zulcx oyt
hoorden
- mer doorzaec <was> zo [-*met eene*] Jn de wetten der
natuyren ende volckeren [-gefondeert] gesticht
- <<van> [-zy] mit haer tween [-*on*] voorbedachte lage
niet verongelyct [-te hebben]
- [-donnoselen te hebben doen sterven] tonnosele wicht
- [-uyt giericheyt om tgoet alleen te e*r*ven]
- om [-terf alleen thebben] _tgoet_ te berooven van
leven en licht
[p. 42]
-
- [fol. A1r]
[p. 43]
-
- [fol. A1r]
- Hy schictse naer Athenen [-mit de zacken gefurneert] <zulx als
tproces was gefurneert>
- [-<<en> om haer onberispelic oord]
- en tonberispelic [-biden] Areopagytsche oordeel werter _over
begeert_
- [-zy vonden haer niet min bezwaert mer vonden <en
vielen> desen uytvlucht]
- de zaecke rypelic gepondereert hen niet min en ging
bezwaren
- dan dolabella ende gingen byeen Jnterlocutoir
verclaren
- dat naer tverloop van hondert Jaren
- _______
- men hem [-*.*] personelicken weder om zoude schicken
- de twistende pertien om [-p] op eenige poincten
van officien ende
- ge*en* sticken
- die Jn den verbale niet en waren verclaert noch bekent
- mondelinge te werden gehoort daer hanpt [sic] tproces noch
- en zal hangen zonder ent
- Tot men de pertien zent
- Waer onsluy mogelicken <Jn desen> te vinden zulcken
uytvlucht
- wy zoudens zoucken/ [-mer] <lacen> neen/ dies ons hart
overluyt zucht
- [-ons overheyt want] tes ons gebo[*-d*]den want van _hen
die ons regeren_
- [-ende] [-*.* wy gehoorsaemheyt schuldich zyn]
- ons plicht es hen te hoorsamen dienen en eeren
- en ons goetduncken voor hen te verneeren
- _______
- [-Willende] daeromme willende voldoen [-mit obedie] _tot onsen
last_
- hebben wy de zaecken <al> opt nautste [-d*..* overwogen]
- <<doersien> <doergront> en doertast
- [-<<overleyt>] gewict gewogen <overleyt> al Jn
redenrycke schalen
- [-versch*aelt* gemenct op] <aenmerckende> hier [-op een]
<op> const daer op het
- tmenschelic falen
- Dat [-dee] <ons> balanche dee rysen en dalen
- [-Des wy gij o waertse maecht ons mit solaes en]
- [-Juychnisse]
- [-Rhetorica]
- _______
- <<Gy> [-O] Redenrycke maecht [-*....*] <die ons>
solaes en Juychnisse
- aensaecht/ tes u bekent geeft gy daer van
- getuychnisse
- [-verclaert u Jongeren]
- u scholieren doch verclaert en Jn den geest
verlicht
- <<gesicht>
- hoe onbeveynsdelic [-los] van afgonst los en Jicht
- wy handelen Jn dit gericht
[p. 44]
-
- [fol. A2v]
[p. 45]
-
- [fol. A2v]
- Ay my/ tgesicht verdwynt myn cracht vergaet de leden
- bezwycken
- den last [-my] valt <my> te zwaer [-en ongew] <kbent
ongewent wee myns> noyt desgelycken
- benautheyt thert beclemt [-het] <men ziet my> bracke zweeten
[-men ziet my] deur de _huyt breecken_
- <<Eel blom> [-Comt maecht] Rethorica [-comt
my te baet] <[-*....*] helpt my> Jn wien [-*...*]<men ziet niet
dan> oncosten ruytsteecken
- [-Om]
- en zelver wilt [-ach] hier van u oordeel uytspreecken
[p. 46]
[fol. B1r]
[p. 47]
- [fol. B1r, So yemant waer belast, tweede versie]
-
- So yemandt waer belast/ <te wysen en> een
[-onderscheydende] oordeel uyt te spreecken
- [-uyt t]
- van twee vaten wateren [-teffens] <op eenen tyt> geschept
uyt eender [-lopender] beecken.
- zulc zoude hem billicken <doch> niet zo zeer/ mit [-reden
hebben te beclagen] <redenen bezwaren>
- Als wy luy Rechteren/ die belast zyn rechtvaerdelicken te
verclaren
- wie van allen hier de beste doenders waren.
- Om doorzaec te verstaen elc heeft hem wel en treffelic
gequeten
- De boucken overlopen deursien doerzocht doerlesen de Secreten
- De wercken en daden zo mit const (alleenlic niet [-)]
besp*o/r*eyt) mer wel <deur wrocht>
- en uyt levende bewysingen/ zo gestelt zo gebonden zo
doerknocht
- alst Jmmermeer wesen en geschieden mocht
- So dat waert mogelic [-of] waert [-het redelicken of] <Redelic
of liever waert> behoorlic
- Om niet beticht te zyn/ van wysdom bot onwys onwis of doorlic
- wy zoudent als een zaec/ onvindelic (wiet ooc zou mogen
spyten)
- Als Dolabella deed [-verseyndende tot den Ar*eo*pagyt]_/om
hem in twysen oprechtelic te quyten_
- verseynden tot den Areopagyten.
- Als Gneus Dolabell. Proconsul was van Asien quam hem voren
- Een also vreemden zaeck/ als yemandt oyt te voor had connen
hooren
- Van een Smijrniaensche vrou die hebbende van haren eersten man
- Een zoon Abecede/ genaemt/ zy het tweede huwelic nam
- an mit Spellen dien zy Eefgeha gewan.
- De zoontgens groeyen op werden groot/ becomen manlycke dagen
- en alst gemeenlic be*ur*t/ zulcken gonst alsmen gewoon es toe de
dragen
- niet om te vorderen/ mer om te crencken en te
ver[*m*+]<h>inderen
- <<die> uyt het eerste [-wettich] bedt <in echt>
geteelt zyn wettige kinderen
- in [-trec] heur goet recht men lacen zouct te
minderen.
- So zocht de [-vader] stiefvaer met/ Eefgeha tbederf te beJagen
- Donnosele Abecede/ zy zweeren hem doot leggen hem bedriechlic
lagen
- onwetende heylaes/ hy valter Jn zy smyten hem te zamen doot
- <<alleen> Om dat hy [-smoeders] *t*erf niet deelen zou
vandien hy eerst quam _uyten schoot_
- Veel duysenden sestertien zynde groot
[p. 48]
-
- [fol. B1v]
[p. 49]
-
- [fol. B1v]
- O onversadelicke/ goutgiericheyt waer toe beweecht gy de
harten
- des menschen/ ach wat quaet/ gy brouwen cont wat tirannycker
parten
- Gy sticht en bout (ay my) Jn tonversadelicke [ - ] gemoet
- En alsmen u becomt/ hoe wert het hart van u geknaecht
deurwroet
- gezwegen van de zielverlies in de helsche gloet/.
- De moeder [-be] Lettere die tzelve haer kint in echt ziet had
gewonnen
- by haren eersten man Grammaer genaemt tschelms verraet
heeft ondervonnen
- Elc denc hoe tmoerlic hart dat overley [-de] zo in slapen als in
waecken
- hoe zy daer meer op [-denct] <peynst> hoe haer meer quelt de
onmenslicheyt der zaecken
- zy nemt besluyt en geeft haer heel ter wraecken
- Vermoort haer man zoon/ zy wert gehecht/ voor Dolabel gestelt
- gehoort zen wint daer geen wit douxken om zy heeft de zaec
vertelt
- zo wel teynde als ooc *.* tbegin. z'heeft zonder dwang bekent
*Ron*t uyt beleden
- dat zy zodane twee die haer lieve kint moordadelic bestreden
- ooc doden mocht mit recht of ooc mit reden.
- De Proconsul dolabel/ overweecht de zaec te recht aen beyden
zyden
- mer voelde hem zelven in sherten hol/ nu hier nu daer
bestryden
- der zaecken wichticheyt was ziet zo groot hy constse niet
deureynden
- Dootstraf vereyste tcryem/ de tocht van tmoerlic hart hem _daer of
weynden_
- vont goet de zaeck tAthenen te verseynden
- Gewis het criem was groot/ zyn man en kint de vrou zelfs te
vermoorden
- Tes screckelic in door [-hem] voor hen die zulx oyt
voorquam of verhoorden
- mer de bewegende oorzaec zo Jn de wet [-als van] van aert en
_volckeren was gesticht/_
- mit voorbedachter laech zy mit hen tween geensins
ver*...*rt tonnosel <wicht>
- beneffens tgoet te nemen lyf en licht/
- hy schictse naer Atheenen/ mit het proces/ zulx alst was
gefurneert
- der straten [opengelaten] daer over wert begeert
- de zaec gepondereert/ den Raedt niet min en brachtaen groot
bezwaren
- Alst dolabella deed en gingen tsaem een vluchtoordeel
verclaren
- dat naer tverloop van deerste hondert Jaren
[p. 50]
-
- [fol. B2r]
[p. 51]
-
- [fol. B2r]
- men hem weer[-zeynden] <omme> zou zelfs Jn persoon in
rechten daer beschicken
- die claecht en wert beclaecht om op poincten van Officie en zulcke
sticken
- die in tproces verbael/ niet angehoert en zyn noch zyn bekent
- by mont te zyn gehoort/ daer tproces en blyft hangen zonder
ent
- Tot men aldaer/ de verresen pleyters zent
- Waer onsluy mogelic/ in desen ooc/ te vinden zulcken uytvlucht
- wy namens gaeren aen/ mer lacen neen/ dies ons hart overluyt
zucht
- Tes ons geboden want/ van hem die [-ons] <God> gaf over ons
tregeren
- wy zyn mit eedt verplicht gehoorsaem hem te zyn te dienen
eeren
- en tgeen ons dunct voor haer wil te verneeren.
- Daeromme willende gelyct behoort voldoen tot onsen last
- hebben wy de zaecken al opt aldernautst doerzien doorgront
doertast
- gewict en overleyt gewogen ooc in redenrycke schalen
- aenmerckende hier op const/ aen dander zyde op tmenschelicke
falen
- want dees bylanch [-doet] ryst toordeel en doet
dalen
- [-Ay my]
- Gy maecht Rethorica die ons solaes ons vreuchde en Juychnisse
- aensaecht/ wien ooc ons doen heel zyn bekent geeft gy
getuychnisse
- verclaert u Jongeren alhier geschoolt/ [-haer+]<den> geest/
tgemoet verlicht
- hoe onbeveynsdelic van afgonst los van gonst vry vry van Jicht
- wy handelen Jn dit [-*nem*] u treffende gericht
- <<b> Ay my tgesicht verdwynt/ myn cracht vergaet/
de leden my bezwycken
- <<a> Den last valt al te zwaer myn schouderen wee myns
noyt diergelycken
- benautheyt thart beclemt men ziet my tbracke zweeten deur de
huytbreecken
- <<Prince> [-Eelblom] Rethorica helpt my/ in wien [-men
*z..*] niet dan onconsten ruyt steecken
- Comt hier wilt zelfs/ hier van u oordeel uytspreecken
[p. 52]
[fol. Cr]
[p. 53]
[fol. Cr]
- Constlievende geesten wiens yver wert vermaert wyt
- [-gy] die om const ouffeninge hier [-ver*een*] vergaert
zyt
- [-*hierben* Jc Jegenwoordich annemende] <gy my zo veel *wel*
waert zyt dat ic anneem *hier*> tgeblyf
- <<kzal> [-dezer] <dees> zaeck[-en zal ic] oordelen
[-om te vryen van ge] [-_tot wechneming_] <wechnemende u>
van gekyff
- <<b> en spreeckende van een zaecke die my ten
hoochsten bekent es
- <<a> daer van liefde alleenlicken tfondament
es
- twelc doende zult gy verstaen dat ic van thooge
herwerts gesonden
- aen u luyden wetten of gewoonten niet ge*heel*
*[-en]* ben gebonden
- _______
- <<prys opten Jntrey>
- Comt voort speelcoorntgen myn trou tot u moet blycken
- gelyc de u tot my gaet gy naer huyswaert strycken
- mit [-den] dalderhoochsten prys gestelt tot den Jntree
- blaeu acoleyken [-comt den tweeden staet u Ree] _dat mit
minnen versaemt Jn dezer stee_
- u staet den tveeden Ree [-dus mit u thuyswvaert draecht]
- _weest dat te huyswaert draechlic_
- [-D] voor die als derde volcht myn ooch best was behaechlic
- de haechsche corenblom zy quam hier mit genuchten.
- verbeyt wat broederen hout op u [-*heymlic*] <pynlic>
zuchten
- de const en was niet min van dien Jc gaen verby/
- Comt catwyc opten zee de vierde maec u ply [sic]
- [-gy en derftse] <en berchtse> onder de py niet [-bergen
noch versmoren] _steltse vryelic voort_
- [-trecht [*t*+]<h>eeft se u toegeleyt]
- [-trecht heeft de kempenblom]
- [-ver*too*chtse Jn topenbaer]
- <<lief> [-en me] kempenblomtgen waert hout doch Jn
liefden accoort
- _______
- <<prys van best pronunchieren>
- wel aen die vanden haech [-comt wilt u] <die u
hier quaemt> presenteren
- mit genuchten [-comt *nee*] ontfangt u loon van
tbeste pronunchieren
- den zin van u Jntree. [-voorts doen ic myn liefde blycken]
_Jn tvorder ziet myn liefde_
- [-tot u coernaer]
- moet blycken coornaer tot u [-zoe u gelieffde] _want gy
<ooc> geriefde_
- myn oor mit [-het] <zoet> gehoor [-vande naestbeste
uytspraec] _dae*r* van Jc hier beduyt maec_
- ontfangt [-hier] <dan> kannen twee. voor u naest
besten [-*.*] uytspraec
- _______
- <<extraordinaryse prysen>
- Daer vyf en twintich schutter[s+]<e>n in consten even
fraey
- zyn schietende om hooch naer eenen papegay
- wat meesters dandere zyn tmach hen wel wat
verdrieten
- mer van hen alleen [-me] een den zelve gaet ofschieten
- niet dat de [-con] schuttersconst Jn dander zy te min
- Soe est mit uluy al [-tes Rech] twelc Jc Rondelic bekin
- daer was niet een Jntree daer de berisper aller zaecken
- of hyt [-*al*]<meest> wilde doen mit recht zou mogen
laecken
- <<dit dan my> [-dits de oorsaec dat ic u] <*nu*
beweecht> daer voor tot [t+]<e>en belooninge
- aen dien [-het] beste bewys van haer Jntreys
vertooninge
- deden op he[t] toonneel eerst u o [-witte angiere]
<haechsche> coorn bloem
- [-twelc es getrou in liefde te loon ontfanget hier]
[-<*....*>] <u bewys my best beviel gy en hebt geensins verloren
roem>
[p. 54]
-
- [fol. Cv]
[p. 55]
-
- [fol. Cv]
- acht vlessen /. zes voor u [-goudblomken tes begrepen] _o
haerlemsche witte angier_
- [-uyt Jonst]
- twelc es getrou Jn liefd [-en neemt te loon alhier gy v]
_gij goutblomken vier_
- [-goutblomken eel]
- <<uyt Jonsten *hier*> *an/be*grypt twee commen tot u
loopen
- [-*g*y] wyngaertranc liefd boven al/ al [-van fynste] fyne tinnen
stopen
- ________
- <<prysen van tblasoen>
- Es dat nu zo bestelt? tot recht: laet ons nu spoen
- en vorderen den prys van <zo> menich schoon
blasoen
- om dit mit Recht te doen myn hart ziet in gequel es
- <<wie> [-wat] zien Jc hier doch [-staet] <staen>
[-daer staet] welcoom geest van appelles
- <<Seusis> Timagoras Parrosius [-en] [-pelignotus]
polignote
- Protogenes Appollodorus [-en] [-en] [-D Tymante al]
<welcoom gy> grote
- en vermaerde schilderen *in* u voor duysent Jarige tyt
-
- Dirc bae*rnts*
- Frans floris
- eemskerc
- durer
- lucas
- *...nteren*
- manderen
- [-d] mabuze
- _______
- vlaemsche
- in liefden getrou
- witte angier
- _______
- doude
- trou moet blycken
- _______
- Jonge camer
- _______
- goude
- _______
- vlaerdingen
- [-Rotterdam]
- _______
- kaerel van
- manderen
- *Cor Cor.*
- _______
- *...s..*
[p. 56]
-
- [fol. D en Ev]
[p. 57]
-
- [fol. D]
- <<u> [-wiens] heerelicken faem (oft cloto ooc benyt
- die de lichamen verslyt en daer naer ooc de wercken)
- <<kan [-hoe]> [-wert] niet versleten zyn zo
lang men in shemels percken
- de clare zon zal mercken/ u zien ic daer ooc staen
- <<bellini> mantegna [-en bellin] [-tw] beyde de
treffelicke Titiaen
- Rafael en bastaen en u angelycschen [-michyel] michiel
- <<durer> [-durer] [*.*+]<F>rans floris bloclant
[-daer] staet [-de] <gy daer o> cleyne siel
- van den groten lucas die [-van] dese *<u>* leytsche
stadt
- [-geen minder eer en was waert dan eenich vanden anderen]
- <<hebt> vereert [-hebt en] <vermeert>
vermaert tot aen des werelts enden
- <<al> <maect> gy [-tf/saem zyt] <t*saem*>
van ons eeu [ - ] de tweede bende
- niet min <en zyt> vermaert dan deerste u namen
[-geensins] sterven
- <<geensins> maer zullen [-*alte*] saem *[s+]<d>es*
werelts d*it/us* *beerven* [-de lichte pluym u zult]
-
- [fol. Ev]
- dees daet doet u [-beerven] verwerven de lichte pluym
[p. 58]
-
- [fol. F1v]
[p. 59]
-
- [fol. F1v]
- heeft u mercurius uyt deeliseeusche landouwen
- alhier voor my gestelt om hier met lust [-v sch]
tanschouwen
- en dienen my van raet [ - ] malcanderen
- van dhaerlemsche C C [ - ] van manderen
- den <levendige> druyven die gy [-hebt] <op>
[-vert gestelt] opte dode panelen
- [-ge] hier stelt en spreeckende maect deur u onsterflicke
pincelen
- [-gaen verre boven prys]
- [-den prys zo *ho* ver te boven gaen den prys]
- den prys teboven gaen zo wyt zo zyt zo verre
- als Phebus vlammige ooch voor daldercleynste sterre
- constrycke handen [-*waert*] weest gegroet gy *wert/want* zyt
waert
- donsterfelicheyt en of wel d[en+]<e> verslindende
[of: dalverslindende] aert
- *naer* [-gy] gy *uns* levensloop ooc deese wert bederflic
- zo blyft doch uwe naem mit al de deese onsterflic.
- [-Dat Jc hier yet]
- myn oordeel geve ic dan [-onder protestatie] <dit doende en es
myn pogen>
- geensins u const te schatten alleenlic [-het] <*mer*>
vertogen
- [in marge:]
- en heeft den teuch van der vergetelicken
h*elv/opr*ro*o/e*t leten [=Lethe]
- den lost tot schilderen in u niet doen vergeten
- gy [ - ] die alhier brocht
- tgeen door de hant van [ - ] es gewrocht
- [-neemt] te draechloon hier ontfangt voorts thoochst
[-de achte] <tweemael vier> _k*an*nen_
- gy [ - ] zes [ - ] de[-*.*] vier anvaet gy mannen
- van [ - ] ziet gy breet gaen
- [ - ] de twee voor u gereet staet [emendatie: staen]
- [-v+]<h>oe bevalt myn oordeel u. gy Coijschen apelles
- voorts [-als gy] geesten al te saem? Zy wysen dat het wel
es.
- <<prysen vanden reviereynen>
- Tsa brengt hier aen tbuffet de constige reviereynen
- te geven prys daer of als*nu/men* ziet es myn meynen
- Tes wel kverstaen elx zin/ zo hier mer menschen ramen
- creech plaets men zey gewis zy winnent al te samen
- kgeeff u geen ongelyc gy Rechters van bezwaert
- te zyn/ daer Jn by u yet rechts te zyn verclaert
- gy billic . zeggen zout [-den an] malcanderen zy bennen
- gelyc als eyeren geleyt van eender hennen.
- doch esser wat verschils niet veel dit es myn
woort
- On*s* vlaerdings Aeckerboom Jn liefden
hout[*..*+]<gy> accoort
- mitten hoochsten prys gaet voort den tweeden prys zal
winnen
- [*.*+]<t>acoleyken blaeu van rotterdam
versaemt mit minnen
- [-den derden] al blyft de laechste staen Jc weet zy brengt u
vreucht
- [-u vreucht]
- o hollants haechsche hof anvaertse mit geneucht
[p. 60]
-
- [fol. F2r]
[p. 61]
-
- [fol. F2r]
- Al dander broederen en Rethrosynsche telgen
- neemet my ten besten of en wilt u des niet belgen
- u wercken constich zyn deurwrocht verstandich leerlic
- en voor der hoorderen niet min dan dander heerlic
- ic overwooch de const Jn dalder beste schalen
- die tduyst[-sentste] deel van een aes of rysen doen of dalen
- _______
- <<best pronunchieren>
- mer evenwel en dient u stemme niet verneert
- gy die best ende naestbest dit hebt gepronuncheert
- een becken en lampet daer voor neemt trou moet blycken
- en cannen twee van tin gij aeckerboomsche
Re[-tho]<de>rycken
- _______
- <<prysen opt liedeken>
- Het soetges*an*gt geluyt voel ic noch in dooren
[d+]<t>uyten
- [-veel liever] al meer dan harpen veelen [ - ] luyten
- en fluyten [-Jc he] de liedekens by my gehoort
- [-es billicken] en est niet billicken dat die ooc comen voort
- gewis Jae khebbe die in tlang gecomponeert
- [-musica] <mit> myn gesustere [-de minste niet
vereert] <die [-my] volgens myn begeert>
- gestelt heeft Jnden mont te spreecken dees sententie
- gy haerlemsche witte angier van u maecke Jc eerst
mentie
- u comt den hoochsten prys van tliedeken mer niet
- van het gesang/ de tweede [-to] naer de Rotte vliet
- de Rotte die u o Erasmus stadt maect schatryc
- [-de derd] het laechst vaert langs den Ryn en eynden zal tot
catwyc
- <<prysen opt singen>
- byde gele coerenaer *my* rest de melodye [-*.*]
- alleen daervan het hoochst tgemoet zal maecken blye
- van dacoleyken blaeu het tweede gaet [-en] het pat
- verby van ouwerschie tot [*.*+]<d>alder outste
stadt
- [-van hollant daer van dewelcke]
- van tlant gy die van outs [-*de*] _ons_ graven [-de] <u>
naem hebt gegeven
- al lang te vooren eer men hollandt vont bescreven
- met recht zo [-voert gy] hebt gy [-den] van outs van eeu
tot eeu
- in uwen schilt gevoert den hollandischen leeu
- [-mer de] en dalderlaechste prys nae zulcken wyc zal vaeren
- die staechs [-geslagen wert] <neptunys slaet> mit zyne
bracke baeren
- _______
- <<prys opt vertste comen>
- nu wil [-men] voorts de zaec ten eynde voor en naer bringen
- [-bre] gy die van verst hier quaemt neemt uwen prys o
vlaerdingen
- die van de leytsche stadt ooc liny recht gemeten
- eenige hondert Roeden meer dan haerlem zyn gemeten
- als geometria myn zuster my verhaelt
- zo zy Jnde chyferconst (ic meen wel neen) niet faelt
- +
[p. 62]
-
- [fol. Er]
[p. 63]
-
- [fol. Er]
- Voor tspelen broederen werden by my vereert
- [-niet voor] <geensins> de const[en+]<e> van
die [-*.*] <yet> heeft gecomponeert
- [-mer voor al de moeyten van geleert]
- Jc [-nam] <neem> alleen myn ooch opt handelen van spelen
- [-het witte angierken] voldoet dus myn begeert
- gy liefde es tfondament [-zult dese pryse delen]
- [-het witte angierken zes] [-zult dese prysen deelen]
- <<vermanende> [-vermaen een]
yegelick [-wilt voorts] [-<laet>] <dat zy> van geen
getreur rasen
- het witte angierken zes den aeckerboom [-twee wilt]
[-<vier>] <uyt> deelen
- wilt [-die] vier / tgoutb[*.*+]<l>omken twee/ al fyne
tinnen _fleurvasen_
[p. 64]
-
- [fol. F2v]
[p. 65]
-
- [fol. F2v]
- Dit [-*es*] <zyn> myn oordeelen [-hier van] wilt u
hier naer gedragen
- zyt gy myn broederen zo veel van u gewagen
- myt u te zeer te Jagen naer prys/ verdempt in u
- [-tot] te groten zelf min tes my gewis [-in *.*] een gru
- om dit te zeggen nu [-my] <de> liefde <my>
van dit hof dringt
- denct by u zelven <eens> hoe schandich eygen lof stinct
- Jn als hout middelmaet Jn allen zaecken
- <<noch> [-en] prijst u zelven niet [-en]
<noch> wilt u zelfs niet laecken
- [-con] zouct const vermeerdering. [-zie mer] blyft [-doch]
Jn de <gestelde> paeyen
- [-*der* consten op u]
- <<wilt> op u benyder[*en*+]<s> die veel zyn [-w]
<doch> naerstich waecken
- <<op> [-wilt] dat den heeschen haen (ke broeders laet u
raeyen
- uyt [-mit] zyn verschorde crop [-u] niet [-en moet]
<langer gae> becraeyen.
- _______
- +
- Tot u nu nederdaelt myn woort die clouc zyt [-*moey*]
<spoeyende>
- ende zouct d[ee+]<e> Rechten [-aert] const [-die]
alhier in liefden groeyende
- gy die alleen om vre[-de] verlaetende de wit
- telelie deurdien beverwyc was in tbesit
- van dien en om mit hen [-niet] in twisten niet te
comen
- d'oraingie lelie mit gunst hebt angenomen
- van u waerde overheyt geen prys alsnu verbeyt
- hoe wel u luyder [-myn] niet minder heeft gegreyt
- myn ooch zo vande Jntrey de verclarende balade
- van tconstich refereyn gy en quaemt geensins te
spade
- van lustich liedeken van melodieus [-ges*an*g]
gesing
- van [-pronun] claer en heldre stem en zonderling
- van constelic bewys had gy prys mogen winnen
- ken [-zoude] <had> gelov*et* my niet voor u connen
vinnen
- mer zo u overheyt doet wyse en cloucken Raet
- voorsiende dat daer uyt twist [-of] <tweedracht> of eenich
quaet
- dat [-*.ete..*] <in dees tyt best> diende gemyt [-hadde]
hadden connen rysen
- vont zy ongoet dat gy ontmoet zout zyn mit prysen
- laet u dan zyn genouch dit [-myn] <openbaer> getuygen
- en wilt voort zo gy doet myns consten melc Jnsuygen
|