sMenschen Sin en Verganckelijcke Schoonheit


auteur: Cornelis Meesz. van Hout


bron: Cornelis Meesz. van Hout, sMenschen Sin en Verganckelijcke Schoonheit (ed. Cornelis Schmidt e.a.). W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle 1967  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 176]

Woordregister

In dit register zijn opgenomen alle woorden en uitdrukkingen die de hedendaagse lezer vreemd zouden kunnen zijn in vorm of betekenis. De meeste zijn in de aantekeningen verklaard.

De spelling bepaalt de volgorde van de lemmata, alleen staat de c voor k op de plaats van de laatste. Spellingvarianten als -lijck, -lick, -lijc worden niet apart onderscheiden.

A

Abelick, 214, 236
Aenschouwen, 521, 524, 527
Aenstoten, 808
Accoleije, 155, 636, 680, 835, 841
Accoort, 630, 656, 662
Aliance, 216, 410
Amorös, 175, 178, 181, 212, 216, 265, 323, 333, 334, ad 392, ad 472, ad 543, 555, ad 698, 780, ad 822
Amorösheit, 85, 338, 382, 696, 733
Amorös(e)lick, 213, 290, 736
Antijckelijc, 755
Antijcxs, 756
Approberen, 111.
Avijs, 357
Avijsselick, 169, 467
Avontuerlick, 209

B

Baene, 475
Bal, den - spelen, 719 des verganckelicheits - spelen, 212
Beaene, 476
Bebont, 272
Bedrijgen, 893
Bedrillen, 795
Beduijpen, 350
Been, ten beene gaen, 570
Beermen, 592
Befaemt, 271, 401, 423
Begheven, 634
Begrijpen, 569, 609, 652, 689
Behagen, 317, 584, 916
Behoorte, 267
Bekennen, 153
Bekin, 50, 425, 869
Bekinnen, 82, 251
Becken, 790, ad 797
Beleden, hem -, 287
Beneplacie, 659
Beneven, 56, 802, 900, 929
Beperrelt, 272
Bequaem, 422
Bescheet, 171
Bescheijt, 284, 320, 624, 860
Besief, 60
Besieven, 464, 620
Besievere, 577
Besloven, 209
Bespien, 888
Besporen, 131, 780, 816

[p. 177]

Bespören, 789
Bestaen, 252, 660, 805
Bestellen, 236, 266
Besûecken, 784
Beswijcken, 430
Bevinden, 14
Bevrûeden, 90
Bevrûen, 649
Bewijsen, 8, 25, 880
Bijsen, 786
Blanck, 122
Blijcken, 245
Blûet, 667
Bonette, 303
Boone, niet en -, 877
Borsten, te -, 373
Breijt, 228
Breken, 231
Brengen (drinkterm), 480, 538, 580
Bûelage, 749, 769
Bûeten, 431

C = S

Certeene, 611, 614, 617
Certeijn, 450, 545
Cesseren, 340, 591

D

Dalen, 741
Dan, 102
Deel, 848
Delen van schoon samblance, 215
Desert, 333
Dille, 265
Divijn, 148
Doot siel, 495, 501
Dop, 351
Dörkerven, 875
Douwe, 554
Douwen, 525, 712
Dragen, hem -, 364
Duijfmat, 180
Duijm, ûp sijn - hebben, 188
Duwiere, 558
Dwael, 743

E

Eerlijc, ad 1, ad 89, ad 244
Emmer, 698, 701, 704
Emmers, 81, 220
Excellent, 147, 490, 543
Expert, 332
Expres, 111.

F

Fantaseren, 250
Fantasije, 328
Fier, 91, 177, 473, 543, 553, 736
Figöre, 454
Fijn, 116
Fiolette, 470, 601
Flör(e), 409, 488, 713
Flouwen, 240, 523
Fonderen, hem -, 734
Fonteijn, 657
Fraij, 275, 289, 516, 553, 565, 578, 736
Fraijart, 422
Fraudelösheit, 735
Fructijf, 558
Fundament, 834, 837, 840
Fundator, 778

G

Gaerde, 445
Ganck, metter -, 694
Gatallauwe, 559
Gebrieft, 197
Gebruijck, 605, 612, 618
Gebrûijt, 42
Gedroonte, 183
Gehingen, 668

[p. 178]

Gehoor, 864
Gecrij, 91
Gecrije, 329
Gecroonst, 512, 515, 518
Gelaet, 764
Geleijde, 285
Gemûet, 36
Gereijde, 321
Gerieven, 465
Gerievere, 576
Geringen, 669
Geröre, 801
Gewinlick, 459
Ghaij, 516
Ghecxmaer, 764
Ghijse, 784, 879
Gouvernante, 142
Gracie, 136, 144, 621, 836, 886, 923
Grammage, 335
Greene, 653
Greijen, 229
Grief, 62
Griel, 502

H

Habitacie, 885
Handtdwael, 791, ad 797
Hantieren, 526, 629, 752
Hellen, 235
Hengen, 115
Hensch, 727
Hoelangherlieverken, 595
Hondertsterf drösen, 781
Honen, 867
Hoone, 876
Hoonte, 180, 723
Hoot, 499
Hort, 653
Hovaerdije, 358
Hoverdije, 765
Hûep, 882
Humiliamim, 580

I

ijdel, 908
ijgho, 108, 360
ingheven, 899

J

Jent, 259, 278, 317, 452, 526, 543
Jöcht, 347
Joiösheit, 339
Jolijsselick, 465
Jolijt, 7, 247, 264, 280, 344, 400, 487, 540, 560, 566, 626
Jonst, 160, 569, 579, 609, 652, 689
Jonstich, 156
Juijn, sinte -, 314
Jubilacie, 468
Juweel, 98

K, C = K

Cadet(te), 203, 792
Cal, den - hebben, 718
Callen, 386
Cantoor, 119
Carnaliter, 554
karsouwe, 325
Catijf, 368
Keeren, hem -, 161
Kersouwe, 414
Chaer, 538, 709
Clincgat, 812
Clouwen, 225
Clûeten, 43
Collacie, 657, 838
Compangije, 531
Confoort, 268, 428
Consent, 428
Consenteren, 449
Conserve, 434
Consultacie, 467
Cont(er)reije, 34, 66, 641, 678, 839

[p. 179]

Convent, 145, 493
Corage, 333, 751
Coragiös, 276, 342, 782
Coragiöselijck, 291
Corrigeren, 112
Corrupcie, 741
Corruptibel, 446
Costuijme, 200, 304
Costumelijc, 896
Costumier, 185
Cot, 28
Cranck, 448, 510, 604
Crijt, swerlts -, 399
Cronen, 531
Croon, een - spannen, 228, 418
Crucx, 348

L

Lampet, 790, ad 797
Lampreije, 374
Lat, 305, 882
Leijssche, 405
Lette nemen ûp, 791
Lijn, eenen - trecken, 680
Limijt, 279
Löre, 101
Luijsteren, 767
Lucx, 349

M

Maer, (als interj.), 34, 38, 49, 99, 206, passim
Materen, 707
Meedsaem, 177
Melancolösheit, 337
Mennig(h)erthiere, 209, 380
Mijte, niet een -, 343
Misbrieven, 623
Misprijselijc, 164
Möselen, 714
Motijf, 191
Mûijen (hem), 149, 579
Mûijsel, 121

N

Nacie, 14, 654
Naet, sijn - naeijen, 188
Nomineren, 561
Nöselen, 715

O

Obedient, 135, 237
Officieer, 111
Onbesweecken, 717
Onduerlick, 207, 448
Ongeblaemt, 581
Ongecesseert, 451
Ongegrieft, 622
Ongescoffiert, 637
Ongesneeft, 275
Ongestoort, 634
Ongethoont, 526
Ongevûech, 70
Ontdecken, hem -, 291
Ontfouwen, 223, 306
Ontgaen, hem -, 173
Ontslaen, hem -, 328
Ontsluijten, 483
Ontwecken, 479
Ontwinnen, 103, 205, 511, 560, 724
Oorconden, 331, 909
Oorcontheit, 263
Oorlof, 33, 842
Openbaerlic, 159
Orboren, 96, 230, 485, 633, 642, 768
Overslaen, 20
Overvlûet, 666, 933

P

Pal, ter - brengen, 778
Palsrock, ad 175

[p. 180]

Paltrock, 298
Passage nemen, 127
Pateren, 706
Peene, 653
Penceeken, 593
Perck, 21
Pertinent, 151, 492
Ping, 309
Plasancie, 264
Plat, 306
Pleene, 650
Pleck, 293, 477
Plûech, der dronckaerts - slepen, 72
Poetrij, 749
Poij, 507
Poijen, 453
Pomperij, 359
Pompös, 745, 760
Pompöselick, 289, 364
Portance, 217
Pöselen, 713
Practijcke, 84, 100
Presencie, 401, 440, 567, 686
Present, 432, 489, 836
President, 140
Presideren, 140
Prijcken, 244
Principael, 463
Profaes, 669
Profitabel, 642
Profijtich, 641
Prösheit, 734
Pruijm, - te bet hebben, 201
Putertier, 187

R

Raken, 756
Rappoort, 243, 269
Repoort, 631
Reijsbaer, ad 31
Recompense, 611, 614, 617
Recreacie, 15
Relaijs, 415
Respijt, 9, 928
Rijcman, ad 1, ad 89, ad 244
Ris, 118
Rosiere, 211
Rosieren, 554
Roucoop vallen, 385
Ruijme, 199

S, Z

Saen, 52, 810
Saftelick, 225
Saijen, 478
Salve, 245
Samblance, 215
Samblant, 587
Schabel, 695
Schaerde, 873
Scheel, 505, 771
Schien, 621, 776
Schier, 32, 52, 179, 509, 710, 895
Schoonte, 176, 182, 722
Schranckelheit, 739
Sciencie, 439
Secke, 478
Sempel, 155
Sentencie, 441
Zijgen, 128
Slecht, 158
Smal, 98, 393, 717
Smijten, 744
Smoren, 549
Snede, 289
Snuijfgat, 176, 182
Sommen, 48, 86
Sonderlinge, 310
Spacie, 13, 469, 567, 655, 658, 661, 887, 922
Speelcoren, 640
Spenen, hem - van, 686
Spil, onse spillen vallen inder asschen, 794

[p. 181]

Spinnen, te grof -, 108
Sporen, 94, 281
Spûijen, hem -, 293
Stage, 768
Stantachtich, 645
Stellen, hem -, 126
Stil, - ende dier, 737
Stoot, in corter tijt of -, 301
Strael, ad 822
Strijcken, 243, 336, 429
Subject, 193, 286
Substance, 207, 409, 436, 442
Subtijl, 388, 553
Surchanse, 411
Swanck, 392

T

Taeffereel, 746
Tappen, 301
Te mets, 14
Temptacie, 921
Termijn, 485
Thier, 92
Tijdelijc, ad 31
Tijelick, 647
Tijtel, ad 826, 859
Tjan, 310, 323, 388
Togen, 6
Tsaijen, 494, 497, 500
Tûe kerende zijn, 141
Tûemaecken, ad 31
Turbacie, 162

U

Ûpstel, 232, 696
Useren, 378

V

Vaen, dit bescheet -, 171
Vaen, dit bekin -, 869
mijn bevrûene -, 649
mijn verbreijen -, 639
mijn ontfouwen -, 223
Vellen, 237, 390
Venison, 374
Venus, 258, om - willen, 796
- sûete fruijt, 535
- fruijt smaecken, 17
- scholieren, 627
van - nacie, 14
in - bant, 588
in - douwe, 554
in - foreeste, 700
in - tente, 536
Verbant, 193
Verbeijen, 36
Verblamen, 163
Verblamere, 423
Verbreijen, 639
Verdoren, 350
Verdrach, 819, 890
Vereenen, 682
Vereijsen, 828
Verfieren, 399
Verfraijen, niet om -, 496
Vergier, 471, 555
Vergouwen, 520
Verjolijsen, 604
Verjubileren, 339
Verkerrelt, 273
Verclaren, 671
Vercleente, 307
Verclicken, 299
Verclûecken, 783
Verknapen, 879
Verconforteren, 564
Verconsoleren, 439, 563
Verlengen, 116
Verlingen, 406, 582
Vermaen, 46, 169
Vermallen, 387
Vermeren, 138, 158

[p. 182]

Vermeerd, 261
Vermonden, 330
Vermusten, 11
Vernieuwen, 200, 702
Verpachten, 357, 521, 524, 527
Verpletten, 469
Verrader, ad 175
Verschonen, 530
Verschoren, niet om -, 645
Versieren, 398, 751
Versijcken, 431
Versinnen, 104
Versmoren, 631
Verstellen, 290
Verstijven, 574, 685, 733
Verthonen, hem -, 4
Verthoon, 824
Vervollen, 28
Vingeren, sijn - licken, 297
Vinnen, hem -, 559
Visiteren, 110
Vlien, 889
Voijage, 128
Voirhande hebben, 157
Voirsegghen, 608
Voirsien, hem -, 320
Vorenbrengen, 862
Vrij, 40, 226, 313, 450, 634, 721, 805
Vrome, 13

W

Waert, te+inf.+waert, 812
Wachten (drinkterm), 480, 532, 662, 667
Wamboijs, ad 175
Wan, 118
Welp, 255
Werscappen, 878
Wijcken, 99
Wijsselijc, 166
Willige rijsen, 603
Wijntken, ad 486