[p. 5]
De uil
De uil zat op een dikke tak
met zeven zuurtjes in een zak.
De egel riep van bij de haag:
‘Ik lust die zuurtjes óók zo graag!’
De tor riep van een grote steen:
‘Ach lieve uil, mag ik er één?’
't Konijntje riep vanuit zijn hol:
‘Op zulke zuurtjes ben ik dòl!’
De hagedis riep uit de hei:
‘Toe uiltje, geef er één aan mij!’
En wat deed de uil?
Hij schudde zijn gierige uilekop
en at zelf ALLE zuurtjes op!